In de vorige afleveringen van deze serie hebben jullie vooral kunnen lezen over de genoegens van het uitkiezen en vervolgens aan de praat krijgen van een Linuxdistributie. Maar de hamvraag is uiteindelijk: hoe is het om er dagelijks mee te werken?

Deze vijfde aflevering heeft even op zich laten wachten. Dat heeft een reden. Ik wilde namelijk schrijven over mijn ervaring met Linux als enige besturingssysteem. Iets meer dan twee maanden geleden deed ik mijn Apple desktop dus met pensioen en sindsdien doe ik alles, werk en privé, op mijn Macbook met Ubuntu 14.04. Geen dual boot, geen reservecompu, geen ‘dat doe ik op kantoor wel’: als het de afgelopen maanden niet op Ubuntu kon, dan kon het gewoon niet.

En, wat denk je?

En, hoe vaak denk je dat er een cruciale taak langskwam die echt niet uitvoerbaar was op een Linux-PC? Precies 0 keer. Tenzij je hele specialistische dingen doet is er gewoon overal een goed werkende app voor. In heel veel gevallen ben je met Linux zelfs beter af omdat er gratis applicaties zijn als alternatieven voor apps waar je eerder voor betaalde. Voorbeelden zijn PSPP (gratis alternatief voor SPSS), de gratis Scrivener voor Linux en GIMP (als alternatief voor Photoshop).

Office

En hoe zit het met dat monster waar veel van ons dagelijks mee vechten: Microsoft Office? Nou, dat is er natuurlijk niet voor Linux. Het is er wel voor Mac, maar ook daarop gebruikte ik het ook nooit. Open Office werkt namelijk net zo goed (of eigenlijk beter, dankzij het ontbreken van allerlei toeters en bellen die toch nooit iemand gebruikt). Op Ubuntu wordt standaard LibreOffice meegeleverd, een variant van Open Office. In twee maanden heb ik één keer een probleem gehad met het uitwisselen van bestanden tussen MS Office en Libre Office. Dat was snel verholpen met dank aan het gratis Office Online. Steeds vaker kies ik er ook voor om Google Docs en Google Spreadsheets te gebruiken.

Mede mogelijk gemaakt door Chrome

Over online apps gesproken: daar ligt sowieso de toekomst. Dat mijn overgang naar Linux relatief soepel verliep is voor een heel groot deel te danken aan Chrome. Dankzij het slimme systeem met apps in de browser en bestanden in de cloud hoef je Chrome alleen maar te installeren en in te loggen en je hebt alles wat je op je vorige computer ook had. Zo is je operating system ineens stukken minder relevant en de overstap dus stukken minder ingewikkeld..

…en je mobiel natuurlijk

Als je een beetje op mij lijkt, dan heb je je mobiel altijd onder handbereik. Een heleboel dingen zijn inmiddels op je telefoon of tablet met touchscreen handiger dan op een PC met zo’n klunzig muisgeval. In een enkel geval heb ik er dus voor gekozen geen Linux-app te installeren, maar om voortaan mijn telefoon te gebruiken. Er is bijvoorbeeld geen app voor Linux waarmee je je Sonos-muziekspelers kunt bedienen. Om het toch aan de praat te krijgen moet je de Windows-app installeren met Wine (een tool die het mogelijk maakt om sommige Windows-software op Linux te draaien). Dat schijnt prima te werken, maar mijn telefoon – met prima werkende Sonos-app – ligt naast mijn toetsenbord, dus ik doe geen moeite. Trouwens, zo’n Android telefoon is ook een Linux-computer ;-)

En mijn camera?

Dat brengt me trouwens wel bij een potentiële bron van problemen waar ik het in deze serie nog niet over heb gehad: het aansluiten van je gadgets. Meestal levert de fabrikant bij je mooie nieuwe hardware een halfbakken Windows-appje mee. Als je geluk hebt (serieus: wie gebruikt er nou Windows?) is er een Mac-versie, maar Linuxgebruikers moeten het maar uitzoeken. Samsung KIES, de sync-app voor Samsung devices is een voorbeeld. Ook had ik een Kodak-camera die alleen met een computer wilde praten als daar (het inmiddels door Kodak afgedankte) Easyshare draaide. Onder OS X zijn dit allebei al gammele programma’s die je vaak meerdere keren moet starten voordat ze je apparaat een keer detecteren. Ze onder Wine proberen te draaien is dus niet iets waar ik tijd aan ga besteden. Is dit een probleem? In mijn ervaring niet. Je mobiel met een draadje aan je computer maken is zo 2009. Alles wat je wilt synchroniseren, synchroniseert zichzelf inmiddels via WiFi en/of cloud. Hetzelfde geldt inmiddels voor mijn camera, want ik verving mijn Kodak door een Samsung met WiFi en mijn foto’s verschijnen nu zonder tussenkomst van enig kabelwerk – shazam! – op mijn harde schijf.

De weg kwijt

Nog zo’n gadget dat iedereen heeft: een TomTom. Om de nieuwste software en kaartgegevens daarop te zetten heb je een appje nodig dat TomTom Home heet. Sommige dappere hackers hebben het geprobeerd, maar dat is op Linux niet aan de praat te krijgen. Wil je dus per se 80 euro uitgeven aan een kaartupdate (pardon???), dan ben je op je oude OS of op de computer van de buurman aangewezen. Ik heb besloten om gewoon maar af en toe een rotonde tegen te komen waar ik een kruispunt verwachtte.

Prestaties en irritaties

Is het dan, op dit kleine leed na, allemaal koek en ei tussen mij en Ubuntu? Nee, dat nou ook weer niet. Het hele idee van Linux op mijn oude laptop zetten was dat de performance dan beter zou worden en dat de oude hardware zo nog even mee zou kunnen. Hoewel dat in principe is gelukt, gebruik ik onder Linux veel meer Chrome-apps en die vreten geheugen. Het gevolg is dat de zaak regelmatig vol loopt. Ook hardware-compatibiliteit blijft een probleem. Zo kocht ik een all-in-one printer waar – dat had ik gecontroleerd – Linux-drivers voor waren. Die bleken echter alleen het printergedeelte te ondersteunen. Scannen ging dus niet.

Wordt hij wakker? En zo ja, hoe?

Een groter probleem vind ik het functioneren van de suspend-functie. Toen mijn Mac nog een Mac was zette ik hem ongeveer eens in de week uit. Verder stond hij in standby. Niet alleen gebruikt Ubuntu in standby veel meer batterij dan OS X, het is ook iedere keer weer spannend hoe het eruit ziet als ik mijn computer weer openklap. Regelmatig heb ik ineens rare zwarte randen rondom mijn vensters of geen netwerkverbinding meer. Soms wordt hij ook helemaal niet meer wakker (waarschijnlijk omdat de batterij leegloopt). Het werken met een externe monitor is ook vreemd en vervelend. Die wordt bij het opstarten niet herkend en werkt alleen nadat ik een aantal rituelen in een specifieke volgorde heb uitgevoerd. Dat doet me echt een beetje teveel aan mijn donkere Windows-verleden denken.

Batterijduur

Het is helaas ook welbekend dat Ubuntu een stuk minder zuinig is met je kostbare batterijlading dan OS X, zie hier voor een uitgebreid stuk daarover. Ook met de ‘laptop tools’ geïnstalleerd haalt Ubuntu 2 uur en drie kwartier uit de oude accu van mijn laptop, waar OS X er nog bijna 4 haalt. Dat is ronduit slecht en des te verbazender omdat Ubuntu serieuze ambities heeft om ook een mobiel OS te worden. Wellicht dat het stroomverbruik dus verbetert als Unity 8 (de nieuwe touch-interface van Ubuntu) in Ubuntu 16.04 eindelijk beschikbaar komt voor de laptopgebruiker.

Het is beter dan Windows, maar het is geen OS X

Qua stabiliteit, betrouwbaarheid en onderhoudsgevoeligheid lijkt Ubuntu alles bij elkaar genomen meer op Windows dan op OS X. Dat lijkt me bepaald geen compliment. Er is wel een belangrijk verschil met Windows. Waar de moloch van Microsoft aan alle kanten is dichtgetimmerd en er dus meestal niets anders op zit dan je systeem uit en weer aan te zetten of programma’s, drivers of zelfs het hele OS opnieuw te installeren, kun je bij Linux overal bij. Gaat er dus iets mis met je USB, je netwerkverbinding of de grafische omgeving, dan kun je verder werken nadat je alleen het onderdeel hebt herstart dat problemen geeft. Dat scheelt veel tijd. Daar staat tegenover dat je bij OS X nooit iets hoeft te herstarten…

Het Apple-concept

Het komt allemaal uiteindelijk neer op een probleem waar ik al eerder over heb geschreven: het is zo goed als onmogelijk om software te schrijven die goed werkt op alle mogelijke combinaties van hardware. Een echt stabiel systeem krijg je alleen als hardware en software bij de leverancier precies op elkaar worden afgestemd. Dat is de kracht van het Apple-concept. Wie dus absolute stabiliteit eist van zijn systeem kan niet om Apple heen. Of misschien toch wel?

De toekomst

Linux of geen Linux, het is duidelijk dat mijn hardware aan vervanging toe is. Ik sta dus voor een cruciale investeringsbeslissing. Het plan was om te gaan voor een mooie Linux-laptop, zoals deze Dell, en die dan als enige computer te gebruiken, waarbij hij op mijn bureau aan een externe monitor gekoppeld zou worden. Ik neem dan maar even aan (maar assumption is, zeker in Linux-land, the mother of all fuckups) dat externe monitoren daarop beter ondersteund worden dan op mijn Macbook nu. Maar het werken met mijn Linux-Macbook de laatste maanden heeft me nog iets geleerd: één computer is gewoon te weinig, zeker als je ook nog minecraftende kinderen hebt. Het moeten dus een desktop en een laptop worden, en liefst binnen een redelijk budget. Een belangrijk uitgangspunt van deze hele exercitie was tenslotte om met goedkopere hardware te kunnen gaan werken.

Daar hebben we Chrome weer

Ik had het al over mijn innige relatie met de Chrome-browser. Naast de browser is er sinds een paar jaar ook het Chrome OS, in principe niet meer dan een Linux-kernel met een interfacelaag van Google. Het grote voordeel van Chrome is dat het ‘op maat’ geleverd wordt bij de hardware waar het op staat. Net als bij Apple. Alleen kost een Chromebook ietsjes minder dan een MacBook. Toegegeven, je bent voor altijd afhankelijk van de webdiensten van Google en er zijn ook best veel dingen die niet kunnen op ChromeOS, maar daar krijg je stabiliteit en goedkope hardware voor terug.

…en via de achterdeur Ubuntu ook

Wat? Zei ik ‘niet kunnen’? Maar het is toch Linux? Juist, en als het Linux is, dan kan alles. Net zoals er dus genieën waren die Ubuntu geïnstalleerd kregen op Android-telefoons bleek het ook niet heel moeilijk om het aan de praat te krijgen op Chrome-hardware. Met een tool die Crouton heet kun je het zelfs zo regelen dat Chrome OS en Ubuntu tegelijk draaien, zodat je on the fly van OS kunt wisselen. Best of both worlds: hoe cool is dat?

Het definitieve antwoord

En dat is wat ik wil: een Chrome-machine die het ‘gewoon doet’, met de mogelijkheid om eventjes heen en weer naar Ubuntu te piepen als ik wat ingewikkelds wil doen waar geen Chrome-app voor is. Dat is dus ook het definitieve antwoord op de centrale vraag van deze serie. Is Linux geschikt als desktopsysteem voor dagelijks gebruik? Ja, dat is het zeker. Er zijn irritaties en frustraties genoeg, maar ook redenen genoeg om Linux boven andere besturingssystemen te verkiezen. Ga ik dus definitief ‘Over naar Linux’? Ja en nee. Nee omdat Chrome, als commercieel product van een multinational, natuurlijk eigenlijk geen Linux mag heten. Ja, omdat het dat desondanks toch gewoon is.

In deel 6?

Maar, denken jullie nu, dit zou toch een zesdelige serie worden? Klopt! In de volgende en laatste aflevering ga ik links verzamelen naar de allerbeste en nuttigste Linux-sites zodat de avontuurlijke types onder jullie zelf aan de gang kunnen. Want al was er dan soms frustratie en al loopt alles nog steeds niet zo soepel als ik zou willen, het is een ontzettend leerzaam traject geweest. Ook al wil je niet definitief over naar een ander systeem, het proberen van andere user interfaces en applicaties leert je veel over hoe (en hoe automatisch) je eigenlijk doet wat je doet. Pas als je uit je comfort zone stapt en iets anders probeert merk je dat dingen beter kunnen. Zo had ik bijvoorbeeld geen idee hoe afhankelijk ik op OS X van de muis was geworden totdat ik ging werken met efficiënte search-based interfaces als GNOME en Unity. Tot ziens dus bij deel 6! En vertel hieronder ook vooral over je eigen ervaringen!


Geschreven door