De vorige keer heb ik een aantal Linux-distributies bekeken. Uiteindelijk besloot ik de sprong te wagen met Ubuntu met de standaard user interface, Unity.

Toen ik tien jaar geleden voor het eerst met Linux aan de gang ging was het installeren een hachelijke zaak. Eerst moest je allerlei magische handelingen verrichten voor het partitioneren en formatteren van je harde schijf, vervolgens kreeg je met nog meer magie en een beetje geluk een soort van basisinstallatie aan de praat. Om daarna te zorgen dat alles werkte moest je zelf de kern van het OS compileren met de drivers van je keuze. Dat is mij, toch niet on-technisch, nooit gelukt.

One click affair?

Tegenwoordig ziet het er allemaal anders uit. In principe is de installatie van een moderne Linuxdistributie een one click affair. Je start Linux op vanaf DVD of USB-stick, je klikt op de installer, kiest taal en tijdzone en je wacht een half uurtje. Klaar. In principe. Want waar software aan het werk is, ligt Murphy op de loer.

Het probleem met alles wat geen Apple is

Het probleem met software die op allerlei verschillende hardware moet draaien is dat er altijd combinaties zullen zijn die het minder goed doen dan andere. Het aantal combinaties is eindeloos. Er zullen er dus problemen zijn die zo uniek zijn dat er geen oplossing voor is. De enige manier om die problemen te vermijden is om hardware en software van dezelfde leverancier te kopen. En dat kan alleen bij Apple. Ga je aan de gang met Windows of Linux, dan is er altijd een kans dat je pech hebt. Eindeloos tijdrovende, hoofd-op-je-bureau-bonk pech.

Het probleem met Apple

Ik installeerde Ubuntu 13.10 op een witte unibody MacBook uit 2010. En daar was meteen het eerste probleem. Apple hanteert een andere manier van opstarten dan andere computers. Ik ga hier niet over technische details praten, maar het komt er op neer dat het opstarten van Linux op Apple hardware altijd een tweetraps proces zal blijven: eerst moet een bootloader die de Apple-manier snapt (EFI, terwijl de rest van de wereld MBR gebruikt) zorgen dat Linux gestart kan worden. Daarna moet GRUB, de bootloader van Linux, je Linux-installatie daadwerkelijk opstarten. Het opbouwen van zo’n tweetrapsraket is op internet wel gedocumenteerd, maar in stukjes en beetjes, op wiki’s en op fora, en gedeeltelijk alweer verouderd. Zo gaat dat bij open source. Het gevolg: het werkt, maar vraag me niet hoe ik het precies voor elkaar gekregen heb. Erg charmant is het in ieder geval allemaal niet: bij het opstarten krijg ik eerst een scherm met iconen dat me laat kiezen tussen OS X of Ubuntu. Dat gaat, als ik niet snel genoeg ben, over tot het opstarten van OS X. Daarna krijg ik een tekstscherm dat me, jawel, laat kiezen tussen Ubuntu of OS X, maar dat na 10 seconden standaard Ubuntu opstart. Op internet vond ik allerlei informatie over hoe dit te verhelpen, maar geen van de tips had enig effect.

Programma’s installeren

Ben je eenmaal aangeland in Unity, de plezierige user interface van Ubuntu, dan ziet het er allemaal veel vriendelijker uit. Bij mij deed eigenlijk alles het in één keer. Nou ja, bijna alles. Daarover de volgende keer meer. LibreOffice, een goede office suite, is voorgeïnstalleerd, dus in principe kun je meteen aan het werk. Voor het installeren van overige programma’s is er het Ubuntu Software Center. Zo kon ik met één klik de meest noodzakelijke software installeren.

Toch weer prutsen

Toch loop je snel tegen de grenzen van het Software Center aan. Zo is bijvoorbeeld Google Chrome, inmiddels nogal centraal in mijn bedrijfsproces, niet beschikbaar. Het is prima te installeren, maar dan moet je wel even een paar technische dingen doen. En zo gaat het eigenlijk met Linux steeds: het ziet er allemaal prachtig uit tegenwoordig en het werkt fijn en snel, maar als je geen zin hebt om abracadabra te typen op de gevreesde command line loop je erg snel tegen beperkingen aan en zit je toch weer te prutsen.

Het MS-DOS gevoel

Dat wil niet zeggen dat je er niet aan moet beginnen. Uiteindelijk is de command line namelijk helemaal niet zo eng. Eigenlijk is het zelfs wel leuk: je krijgt weer een beetje het MS-DOS gevoel. De meeste dingen die de Linux-ninja’s in tekstcommando’s doen zijn ook voor elkaar te krijgen in een grafische user interface. Wil je bijvoorbeeld software installeren die niet in het Software Center staat, dan is Synaptic je vriend.

Alleen voor nerds?

Een belangrijk doel van mijn verkenningen (en deze blogs) is het vinden van een antwoord op de vraag: is (Ubuntu) Linux nou echt een systeem voor iedereen? Of is de naam van ‘alleen voor nerds’ die Linux heeft terecht? Wat de installatie betreft weet ik het antwoord nog niet helemaal. Het installeren van Ubuntu naast OS X op een Mac heeft nogal wat voeten in aarde, maar het is met een paar avonden internetten en prutsen uiteindelijk goed te doen. Het is ook de vraag of mijn situatie maatgevend is. De meeste mensen zullen Linux toch installeren op Windows-hardware en dat is iets minder ingewikkeld. Trouwens: hoeveel computergebruikers installeren hun eigen OS? De meeste mensen zoeken daarvoor toch de hulp van een handig neefje.

Uitdaging

Ben je echter gewend om je eigen Windows-(her)installaties te doen, lees je goed Engels en zie je graag uitdagingen waar anderen problemen zien, dan zul je beloond worden met een soepel draaiende en prachtig ogende Linux-installatie.

Geweldig mooi systeem

Zoals gezegd: als het eenmaal op je computer staat is het een geweldig systeem. Hoewel het van de distributies die ik eerder testte de traagste was merkte ik daar na installatie weinig van. De animaties van de Unity-interface deden wat traag aan, maar dat verdween toen ik de open source grafische drivers verving door de originele exemplaren van NVidia. Dat lukte helemaal zonder de command line te gebruiken, trouwens.

Uiterlijk en gebruiksgemak

Qua uiterlijk en gebruiksgemak doet Unity zeker niet onder voor OS X en Windows. Dat geldt in ieder geval voor de Windows-varianten waar ik in de steentijd nog mee gewerkt heb. Daar komt bij dat je veel meer vrijheid hebt om dingen te veranderen. Zo kon ik eenvoudig de minimize/maximize/close-knopjes op de vensters van rechts (Windows-style) naar links (Mac-style) verplaatsen. De standaard interface zie er mooi uit, maar op het web zijn tientallen themes te vinden die de desktop verdergaand veranderen dan ik als Mac-gebruiker had kunnen dromen.

Jullie ervaringen

Ondertussen schijn ik een heleboel mensen, waaronder veel mensen die getroffen worden door het overlijden van Windows XP,  geïnspireerd te hebben om ook met Linux aan de gang te gaan. Helaas heb ik ook alweer verhalen gehoord over zwarte schermen, installatiefouten en andere horror. Ben jij ook met Linux aan het experimenteren, dan hoor ik graag van je! Kijk trouwens eens hier als je op zoek bent naar een alternatief voor XP.

Hier nog een paar nuttige links. Lees je deze artikelen en denk je: ‘O, dat kan ik wel!’, dan zal het installeren van en werken met Ubuntu/Linux je niet al te veel problemen opleveren:

Dit is deel 3 van een zesdelige serie. De eerdere delen staan hier en hier.


Geschreven door