Drie jaar geleden kocht ik mijn eerste Mac en zwoer ik plechtig nooit meer geld uit te geven aan Windows-rommel. Daar heb ik me aan gehouden, maar OS X heeft ook zo zijn nadelen. Tijd om het derde alternatief een kans te geven: Linux.

De meeste mensen hebben wel eens van Linux gehoord, maar niet iedereen weet precies wat het is. Daarom een korte inleiding.

Open source

Linux is net als Apple OS X gebaseerd op Unix, een systeem dat in de jaren ’70 van de vorige eeuw werd ontwikkeld voor grote netwerkcomputers. Er zijn twee belangrijke verschillen tussen Linux en alle andere OS’en: het is gratis en de broncode is openbaar (‘open source’). Iedereen kan er dus aan mee ontwikkelen. Helaas is het daardoor voornamelijk populair bij programmeurs en heeft gebruikersvriendelijkheid bij de ontwikkeling dus niet altijd prioriteit. Iedere ontwikkelaar kan in principe ook ‘voor zichzelf beginnen’. Zo is er een oerwoud aan Linux-varianten ontstaan (‘distributies’ of kortweg ‘distros’ genoemd in Linuxland).

Je – ja, jij – werkt al dagelijks met Linux

Over Linux-varianten gesproken: je denkt misschien dat Linux en open source ver van je bed zijn? Niet dus. Je werkt er al mee. Iedere dag. Als je een Android-telefoon hebt bijvoorbeeld. Android is namelijk gewoon een Linux-distributie die is aangepast om op telefoonhardware te draaien. Ook ChromeOS is trouwens een Linux-variant. Maar zelfs al heb je geen Android of Chromebook, dan draaien nog steeds verreweg de meeste websites die je bezoekt op een Linux-server. Zo’n gek idee is het dus niet om Linux als desktop-OS te gebruiken. Maar waarom zou je de moeite doen?

Performance

De belangrijkste reden dat ik over wil is de performance, of liever gezegd het gebrek daaraan, van mijn huidige apparatuur. Omdat Apple graag zijn hardware wil slijten en een dikke premie rekent op geheugen zijn ze daar niet bepaald gemotiveerd om zuinig om te gaan met RAM en processorcapaciteit. Voor Microsoft geldt hetzelfde: het gros van de Windows-licenties zit vast aan nieuwe computers, dus als die niet iedere drie jaar vervangen worden lopen ze geld mis. Daarom concentreren de grote jongens zich liever op gelikte nieuwe features dan op performance.

Even een foto’tje editen? Vergeet het maar

Mijn Macs (een MacBook uit 2009 en een Mac Mini uit 2010, allebei met 2GB geheugen) zijn hardwaretechnisch niet meer opgewassen tegen de software van nu. Een text editor en een paar browservensters open, dat gaat nog net. Maar probeer niet tijdens het opmaken van je blog nog even een foto te verkleinen, want dan is het geheugen vol en zit je makkelijk een minuut tegen de vrolijk gekleurde wachtcursor van OS X aan te kijken. Geheugen bijprikken is bij mijn MacBook een hoop gedoe. De Mini kan niet eens open. Ik vind dat belachelijk, vooral omdat een over de hele wereld verspreid stel vrijwilligers, met minimale ondersteuning van een aantal commerciële bedrijven, een systeem in de vaart houdt dat hetzelfde doet op veel minder zware hardware. Bovendien wil ik zelf bepalen wanneer ik een stuk electronica van duizend euro bij het vuil zet en het milieu belast met de productie van een nieuw apparaat.

Vrije keus

Een ander probleem bij Windows en OS X is dat je altijd het hele pakket krijgt. Stel je voor dat je zou zeggen: ‘Die interface van Windows 8, die vind ik wel wat, maar ik installeer hem toch liever op OS X, zodat ik mijn Mac-software kan blijven gebruiken.’ Hoe cool zou dat zijn? Met Linux kan dat dus. Afhankelijk van je voorkeur kun je Linux installeren met een duizelingwekkend aantal verschillende user interfaces. Of je kunt er meerdere installeren en iedere keer dat je inlogt kiezen hoe je wilt dat je systeem eruit ziet. Hetzelfde geldt voor bijna alle andere zaken. Niet zo blij met de standaard file manager? Dan vervang je hem gewoon. Probeer dat maar eens op je Windows-bak.

Kosten

Linux is, in tegenstelling tot de concurrentie, gratis, De meeste software voor het platform is ook gratis. Dat is, zeker ten opzichte van Apple, een voordeel. Toch zijn de kosten geen factor in mijn overweging. Overstappen naar een ander platform (en zeker Linux, gezien de relatief hoge klooifactor) kost namelijk tijd. En voor een ondernemer is tijd geld. Voor software die mijn werk makkelijker of efficiënter maakte heb ik dus altijd met plezier betaald.

Geklooi

Het allerergste van Windows vond ik altijd het gedoe waar je doorheen moest voordat iets het eindelijk deed. Drivers verwijderen en terugzetten, eindeloze installatiewizards, vier keer rebooten voor je software updates… Wat dat betreft is het cliché over Apple waar: een Mac doet het gewoon. Je plugt je printer in, je sleept je nieuwe programma naar de Applicatie-map en je bent in business. Met de overgang naar Linux verwacht ik een deel van het gedoe weer terug te krijgen en ik verheug me daar eerlijk gezegd niet op.

Driemaal is scheepsrecht

Ik experimenteerde namelijk al twee keer eerder met Linux en twee keer hield ik het na een paar weken prutsen voor gezien. Stabiele WiFi, de juiste beeldresolutie, het installeren van een wordprocessor: de meest elementaire dingen bleken een heel gedoe. Waarom ga ik het dan in vredesnaam een derde keer proberen?

1. Linux heeft zich ontwikkeld

De laatste keer dat ik met Linux bezig was is 10 jaar geleden. Ondertussen is er een hoop gebeurd. Er zijn nieuwe user interfaces ontwikkeld en het aantal gebruikers is toegenomen. Daardoor wordt er ook veel meer hardware ondersteund en is er online veel meer kennis beschikbaar.

2. Grote bedrijven bemoeien zich ermee

Ook commerciële partijen zien, mede door het succes van Android en ChromeOS, inmiddels brood in een concurrent voor Windows en OS X. Zo bouwde het bedrijf Canonical Ubuntu, een gebruiksvriendelijke Linux die ook op touchscreen devices moet gaan werken. Dell levert inmiddels ook computers uit met Ubuntu voorgeïnstalleerd.

3. De cloud is hier

Applicaties installeren is zo 2012. Mijn mail, agenda, aantekeningen, muziekcollectie, etcetera, etcetera, heb ik al lang online staan. Ik verwacht dat dat het overstappen naar een ander OS een stuk makkelijker gaat maken. Zodra je Chrome (of zijn open source neefje Chromium) eenmaal aan de praat hebt, heb je immers de helft van je apps al draaiend.

Genoeg gekletst

Goed, genoeg gekletst. Jullie weten nu wat Linux is en waarom ik er (weer) mee aan de gang ga. Over tot actie. In het volgende deel van deze serie test ik een aantal Linux-distributies en kies ik welke ik uiteindelijk op mijn MacBook zal gaan zetten. Laat me ondertussen hieronder vooral weten wat jullie Linux-ervaringen zijn (of waarom je juist niet moet denken aan zo’n doe-het-zelf systeem op je computer)!


Geschreven door