Deel 4 van deze serie had een verzameling tips moeten worden voor het verhelpen van de kleine irritaties die bij het leven met open source software horen. Tweaks en aanpassingen van een in principe functionerend en bruikbaar (Ubuntu) Linux-systeem. Maar dan moet je zo’n systeem wel hebben. Lees en huiver.

Ubuntu draaide goed op mijn MacBook. Zo goed dat ik besloot om mijn door geheugengebrek dodelijk trage Mac Mini met pensioen te doen en de MacBook als belangrijkste werkcomputer te gebruiken tot er budget vrij kwam voor een nieuwe laptop. Met Ubuntu, uiteraard.

Even de nieuwe versie installeren

Ik had al wel het Linux-gebod ‘gij zult niet experimenteren op een productiesysteem’ een paar keer overtreden en daardoor was mijn Ubuntu-installatie een beetje een troep geworden. Zo installeerde ik versie 3.10 van de desktopomgeving GNOME. Die wordt door Ubuntu officieel niet ondersteund en maakte dus ook meteen van alles stuk. Door wat foute keuzes en uit nieuwsgierigheid installeerde ik ook allerlei half-werkende troep. Toen Ubuntu dus met versie 14.04 kwam, een Long Term Support-release waar 5 jaar ondersteuning op geleverd wordt, besloot ik dus met een schone lei en met de nieuwste versie te beginnen.

In het verleden behaalde resultaten…

Ik downloadde nu wel meteen de distributie met de desktopomgeving die ik wilde. Het mengen van desktopomgevingen wordt namelijk genoemd als één van de doodzonden op een Linux-systeem (in dit artikel worden ze allemaal beschreven. Mijn advies: bespaar jezelf een hoop ellende en hou je eraan). Ubuntu GNOME 14.04 LTS werd het dus. De installatie verliep net zo soepel als de eerste keer, maar Ubuntu GNOME bleek niet in staat om mijn pc uit te zetten of te herstarten. Na veel gegoogle en gepruts zonder enig resultaat, besloot ik te proberen of het met de beter ondersteunde standaarddistributie beter ging.

Zwart scherm, nummer 1

Ook die installatie verliep weer soepel. Dat zit inmiddels echt wel goed. Jammer genoeg wilde deze versie ook niet rebooten. Drie seconden op de uit-knop dus maar weer en dan weer aan. En toen: niets. Een zwart scherm grijnsde mij toe. Ik veegde de Linux-partitie nu helemaal leeg. Wel even een backup van de belangrijkste bestanden gemaakt, natuurlijk. Derde installatie, weer een uur verder, en weer een zwart scherm. Toen begon het vervelend te worden. Maar ik was te ver gekomen om het nu op te geven en ik besloot bij het begin te beginnen. Tot nu toe had ik steeds een ‘replace’-installatie gedaan. Nu besloot ik het deel van de harde schijf dat voor Linux bedoeld was helemaal leeg te vegen en Ubuntu zelf nieuwe partities te laten maken. Dat werkte en Ubuntu startte. Rebooten werkte nog steeds niet, maar uitschakelen ging wel. Good enough for now, besloot ik.

Het stomvervelende inrichten

Wat ik alweer vergeten was (en waar dit stuk dus eigenlijk over zou gaan) was dat je aan een ‘schone’ installatie van Linux nog heel wat werk hebt. Zo is er het euvel dat Ubuntu bij iedere herstart de helderheid van het scherm maximaal zet. De helderheidsinstelling op het toetsenbord doet het standaard ook niet. Ook andere tweaks voor het batterijverbruik zijn nodig. Op mijn Mac zijn ook de functietoetsen standaard omgedraaid, zodat ik ‘Fn’ moet indrukken om op F2 te kunnen drukken. Er moet een andere grafische driver geïnstalleerd worden. En dan heb ik het nog niet eens over het opnieuw installeren van al je software… De eerste keer is ontdekken hoe dat allemaal moet (als je een geek bent zoals ik) een groot en leerzaam avontuur waar je graag wat uren slaap voor opgeeft. De tweede keer is het vooral erg tijdrovend, omdat je natuurlijk netjes hebt bijgehouden wat je allemaal hebt veranderd en hoe. Not.

Zwart scherm, nummer 2

Des te groter was de paniek toen het scherm weer zwart werd. Na een avond druk software installeren en configuraties aanpassen was ik laat naar bed gegaan. De volgende ochtend startte ik mijn laptop op, maar ik kwam niet verder dan het inlogscherm. Daarna moest ik het doen met mijn wallpaper en een muispointer die nergens naar kon pointen. Toen ik daar een tijdje naar had zitten staren ging mijn pc in de standbystand. Om nooit meer wakker te worden. Wat ik toen voelde teleurstelling noemen, zou zijn alsof je de Sahara ‘een beetje zanderig’ noemt. Alle uren die ik investeerde, al het Linux-enthousiasme waar ik jullie en vele anderen maanden lang mee heb lastiggevallen, al het inlezen, instellen, en installeren: het leek allemaal verspilde moeite. Tussen mij en Linux ging het weer stuklopen, en ik bereidde me er al mentaal op voor om de rest van mijn leven iedere drie jaar 2000 euro over te gaan maken naar Apple.

Linuxgenie to the rescue

Maar eerst deed ik er nog een wanhopige Facebookpost uit. Ik was zo slim om Jos Herni (van Digiplace, we zagen hem in deze serie al eerder even langskomen), daarin te taggen. Hij was online en beet zich meteen vast in het probleem. Hij ontdekte dat ik de avond daarvoor via de automatische updater van Ubuntu een nieuwe kernel had geïnstalleerd. Zijn theorie was dat die niet goed werkte met mijn (niet open source) grafische driver en hij leerde me via Facebook hoe ik moest opstarten met een oudere versie van de kernel. En het werkte.

Moraal van het verhaal

Wat kunnen jullie nou leren van mijn belevenissen? Allereerst wat ik al zei: lees de tien geboden die ik hierboven al linkte en hou je eraan. Zorg als het even kan voor een experimenteersysteem waarop je dingen kunt uitproberen en hou op je productiesysteem je newestversionitis, een kwaal waar ik nogal aan blijk te lijden, onder controle. Linux is snel, Linux is mooi en Linux werkt uitstekend. Je kunt op Linux alles veranderen, aanpassen en customizen en er is geen rem op welke software je mag installeren. Het is wat dat betreft compleet het tegenovergestelde van een Apple-product, dat juist helemaal is ingericht om de gebruiker tegen zichzelf te beschermen. Stap je dus over van Mac naar Linux, dan moet je goed op je tellen passen. Het is dan ineens jouw verantwoordelijkheid om de zaak aan de praat te houden. Dat betekent dus opletten, inlezen en nadenken voordat je iets aanklikt. Maar het betekent ook, of eigenlijk vooral: vrienden maken en hulp vragen. De centrale vraag van deze serie: ‘moet je een techneut zijn om met Linux te kunnen werken?’

Het antwoord daarop weet ik nu: ‘nee, maar je moet er wel minstens één kennen!’


Geschreven door