“Kunst is van iedereen en iedereen is een kunstenaar.” Dat is het geluid dat steeds vaker klinkt uit een wereld die toch op z’n minst gezegd ervan kan worden verdacht dat het bedoeld is voor slechts een kleine groep ingewijden. Maar ook kunst moet ergens zijn bestaansrecht verdienen, al is het alleen maar omdat er veel subsidiegeld in omgaat en dus gemeenschapsgeld. En als die gemeenschap zich structureel niet betrokken voelt, dan is kunst – in tijden van crisis en bezuinigingen – opeens een heel kwetsbaar onderwerp.

Rijksstudio

Het Rijksmuseum springt hier met de opening van hun digitale museum, waarin 125.000 bekende stukken zijn gedigitaliseerd, handig op in. Niet alleen met de digitale collectie, maar ook met de Rijksstudio, het onderdeel waarin die 125K stukken zijn opgenomen. Want daarin mag de bezoeker zelf aan de slag met kunst. De kunst die dan ontstaat kan op allerlei social media-kanalen worden gedeeld maar ook besteld op ansichtkaarten, canvas en op mooie andere producten. Klinkt goed? Klinkt goed!

Maar is het dat ook?

Laat ik direct benadrukken dat de site er an sich prima uitziet. Maar wanneer ik ‘aan de slag’ wil met de kunst, blijk ik niet veel meer te kunnen doen dan onderdelen uit schilderijen (of afbeeldingen van andere kunstwerken) te knippen en die dan te delen of bestellen. Dat is natuurlijk niet erg kunstig en misschien zelfs licht oneerbiedig.

En dat is jammer, want dat dicht de kloof tussen de goegemeente en het relatief kleine clubje kunstminnaars niet.

Prinsheerlijk

De feestelijke opening van de Rijksstudio draagt eerder bij aan het in stand houden van die kloof dan aan het dichten ervan. Een honderdtal mensen in jasjes en dasjes bijeen in het Atrium en een prins (Constantijn). Het woord van de avond lijkt elitair. Als de prins dan ook nog zonder applaus (niet chique genoeg) het podium moet betreden, alsof het een begrafenis betreft, voel ik me  – de enige die op het punt stond in applaus uit te barsten – opeens niet erg meer op mijn gemak.

Gelukkig heeft Constantijn – en niet Constantine, waarop ik gehoopt had – wel wat zinnige dingen te zeggen. Zo apprecieert zijne Koninklijke prinsheid de cultuur van het internet en het delen dat daar een belangrijk onderdeel van is. Maar ook benadrukt hij dat er nieuwe wetgeving nodig is op het gebied van copyright. Wetgeving die zowel recht doet aan de creators van als dat moois, als aan het publiek. Een man naar mijn hart, al is hij dan geen duivelverjager.

Constantijn is Adjunct Kabinetschef, Commissaris voor Digitale Agenda bij het kabinet van Eurocommissaris mevrouw drs. N. Kroes (allemaal in 1 adem a.u.b). Ik eindig daar de zin maar, want die titel is zo belachelijk lang, dat het een eigen zin nodig heeft. Maar het punt is dat hij zich dus met digitale zaken bezighoudt en aangezien de EU een grote rol speelt bij digitale zaken die ons allemaal raken (denk ACTA bijv.), is zijn pleidooi voor een nieuwe kijk op copyright natuurlijk best relevant.

Hoog-Over-Feestje

Na het verhaal van de prins, een speech van een afgevaardigde van de Bankgiro-loterij die de Rijksstudio mogelijk heeft gemaakt en een in- en uitleiding van Taco Dibbits van het museum zelf, is het tijd voor muziek, drankjes en hapjes. Dat klinkt leuk, maar de muziek is er blijkbaar niet om te dansen (ondanks de beweeglijke hipster-deejay die zelf wel een dansje doet), de drank mag wel worden gedronken, maar niet teveel, want dat is niet chique en het eten is zo elitair dat het bijna onzichtbaar is (u kent dat wel, van die mini-hapjes die niks doen voor de maag).

Een sigaret

Nadat de prins op ongeveer 50 cm afstand van mij heeft plaatsgenomen en ik te laf blijk om twee vingers achter zijn hoofd op te steken of een gesprek te starten,  besluit ik buiten een sigaretje te roken. Ik beland middenin in een groepje kunstige types en een geanimeerd gesprek over de waarde van de Rijksstudio:

Kunstige gast 1: “Je vraagt je af wat de waarde van zo’n project is. Kunst is nou eenmaal maar voor 20% van de bevolking interessant. Dat moeten ze gewoon accepteren.”

Kunstige gast 2: “Nou met de Rijksstudio kunnen mensen zelf met kunst aan de slag, dat is toch wel gaaf.”

Kunstige gast 1: “Ja, maar wil je dat? Dat lijkt me helemaal geen goed idee eigenlijk.”

Kunstige gast 2: “Ze kunnen met photoshop mooie dingen ervan maken

Kunstige gast 1: “Het volk kan helemaal niet met photoshop werken joh”

Kloven blijven kloven.

Prinsdrukken

Na deze inzichten in de wereld van kunstige types, een gezonde dosis nicotine en een portie ijskoude buitenlucht is het tijd om alsnog het meeste van mijn avond te maken. Weer binnen loop ik resoluut op de prins af en blijf dan een eindje bij hem vandaan netjes wachten tot hij zijn gesprek heeft afgerond. Want dat ik de prins toch even de hand moet schudden, dat staat vast. En die kans krijg ik: “Ik wil u graag de hand schudden, zodat ik er straks over op kan scheppen.” De twee dames die met hem staan te kletsen vinden het enig, de prins is sportief, drukt mij de hand en een paar minuten kletsen we over internet en mijn bedrijf. Dan vind ik dat ik genoeg de bakvis uit heb gehangen, wens de royalty en de dames een prettige avond en vertrek richting garderobe.

Op weg naar buiten loop ik langs een van de snack-langsbreng-dames, in haar handen heeft zij een iPad met daaróp loempia’s (van die koude, bah) en een bakje saus. Het toppunt van decadentie is daarmee voor mij wel bereikt. Ik voel me niet dichter bij de kunst, ik voel me er verder vanaf dan ooit. En hoewel ik op dezelfde school heb gezeten als de moeder van prins Constantijn en dus best wat gewend zou moeten zijn, is dit duidelijk mijn scene niet.

Niet negatief

Hoewel het voorgaande misschien anders overkomt, wil ik echt niet negatief zijn. Laat ik benadrukken dat ik op kunstgebied ‘het volk’ ben dat zich door veel kunstuitingen niet voelt aangesproken. Laat ik ook benadrukken dat mijn niet lullen-maar-poetsen-opvoeding mij ondanks jarenlange Bilthovense schooljaren nogal nuchter heeft gemaakt. En laat ik ook voorop stellen dat ik dankzij mijn zeer gelukte integratie (wanneer het mij zo uitkomt) ook nogal van het ‘doe maar gewoon’ ben. Mijn gevoel over deze avond zegt dus in elk geval ook wat over mij. Maar terug op weg naar Utrecht kon ik niet voorkomen dat de gedachte dat de kloof er niet alleen is, maar ook niet geheel onterecht als storend wordt ervaren, mij vasthield. En nee, van mij hoeven niet allemaal zelfportretten van Gordon in het Rijksmuseum te hangen. Maar misschien moet er toch vanaf de kunstige kant van de kloof eens oprecht anders worden gekeken naar de overkant. Want of dit de kloof dicht durf ik te betwijfelen.

Wat het in elk geval wel doet, is nieuwe verdienmogelijkheden openen voor het Rijksmuseum. Prima, maar zeg dát dan. Dan dans ik met véél plezier niet op de muziek van de dj, eet ik een hapje van de iPad en geniet ik van mijn onzichtbare, maar erg semi-intellectuele snacks. Want dát is gewoon goed ondernemen en dát kan ik absoluut appreciëren.

Een ander museum

Een paar weken geleden ging het digitale museum van zorginstelling ‘s Heeren Loo live. ‘s Heeren Loo ondersteunt mensen met een verstandelijke beperking en dat doen ze al sinds 1891. Een organisatie met een bak aan historie dus. En in dit digitale museum neem je een kijkje in die geschiedenis, maar hoor je ook van huidige cliënten, ouders en medewerkers. Is het kunst? Ach, dat is in the eye of the beholder. Is het een museum dat een kloof dicht? Dat mag jij bepalen, maar mijn aandacht hebben ze en daarom wil ik ze deze alinea toch graag cadeau doen.


Geschreven door