robotDe Klas van de Toekomst ligt in Capelle aan den IJssel. Leerkracht J is de drijvende kracht achter de acties om de computer en het digibord op school zo optimaal mogelijk in te zetten. Hij is trouwens de eerste om de naam van zijn klas te relativeren. ‘Toekomst, dat klinkt alsof we er nooit zullen komen,’ zegt hij, ‘want de toekomst blijft altijd voor je liggen.’ Maar hij wil er vooral mee zeggen: wij kijken vooruit.

Visie

Leerkracht J heeft een duidelijke visie. Boeken, schriften, het is allemaal behoorlijk passé. Je gaat je toch niet een breuk tillen aan een stapel boeken als je die ook allemaal op een e-reader kunt lezen? We gaan toch geen eenheidsworst aanbieden als we de leerlingen allemaal op maat kunnen bedienen? Op maat bedienen is nu, 21ste eeuw, mogelijk, daar is meester J van overtuigd. Maar als we dat willen, onderwijs op maat, dan moeten we die mogelijkheden van nu wel benutten en niet te sentimenteel doen over het behouden van wat we gewend zijn. Niks geen boeken meer op de tafels dus en Ja zeggen tegen technologie.

Vooruit

Tijden geleden is meester Ja daarom al begonnen met het scannen van boeken en opdrachtbladen. Die zijn nu allemaal op te roepen met PowerPoint en meester Ja heeft ervoor gezorgd dat de leerlingen er zelfstandig mee aan de slag kunnen. Voor mensen die dat zonde vinden van het ‘boekgevoel’ of een soortgelijke handicap, is het goed te weten dat er nog tot na de Tweede Wereldoorlog personen waren die vonden dat een schrift niet handig was en een leitje verreweg de voorkeur verdiende. Vooruit dus met dat onderwijs!

Verdienmodel

Nu is er een probleem. Als er iemand vooruit wil, is het wel meester Ja. Maar wil hij onderwijsmateriaal aanschaffen, dan moet hij kiezen uit een aanbod dat nog voornamelijk van papier is. Uitgevers doen nog veel te weinig digitaal. Die uitgevers, vindt onze Capelse held, houden de boot af omdat ze geen verdienmodel kunnen vinden. Maar eh, we wilden toch een kennisland worden? Dat hadden we toch afgesproken? Meester Ja vindt dat de overheid, die overheid van innovatieplatform en kenniseconomie, het gebruiken van 21ste eeuwse mogelijkheden in de economie veel te weinig stimuleert. Dat geldt ook voor het onderwijs. Willen we vooruit, dan moet de overheid ervoor zorgen dat we als Nederland voorop lopen en moet ze maar zelf die digitale mogelijkheden ontwikkelen. Want wat er nu beschikbaar is, staat in schril contrast tot wat mogelijk is. Meester Ja vindt dat we dat onze leerlingen niet mogen onthouden. Vroeg of laat zullen de verdienmogelijkheden zich aandienen en kunnen de ondernemers het van de overheid overnemen.

Of dat laatste zal werken weet ik niet, maar dat we vooruit moeten, en dat we veel te langzaam gaan, dat ben ik wel met meester Ja eens.

0 Shares:
Dit artikel is 4.342 keer gelezen