Stel, je hebt content nodig voor je website(s). Die wil je natuurlijk tegen scherpe tarieven en zonder al te veel gedoe binnenhalen. Dus ga je naar een website waar de freelancers op je zitten te wachten en laat je daar je opdracht achter. Contentmakers hoeven niet meer eindeloos achter opdrachten aan, maar loggen gewoon in en kijken wat er die dag te doen is. Ze maken de content, sturen hem naar je op en krijgen hun geld. Iedereen blij, zou je zeggen.

Ziedaar het principe van de content farm. Als fenomeen is het begonnen in Amerika, maar inmiddels zijn er meerdere bedrijven, vreemd genoeg vaak in Duitsland gevestigd, die zich op de Nederlandse markt richten. En ze zijn zonder uitzondering afgrijselijk slecht. Met een aantal heb ik ervaring, bij een aantal andere kun je aan de tarieven en de taalfouten op de homepage (Serieus: taalfouten op de homepage – wie gaat daar content bestellen?) al zien dat het niks kan zijn.

Anderhalve cent per woord

Ik heb zelf een paar content farms, zowel Nederlands- als Engelstalig, kortstondig geprobeerd. De ervaringen kwamen altijd ongeveer hierop neer: áls je het schrijversdashboard op je Mac al te zien kreeg (Internet Explorer is blijkbaar de norm bij deze bedrijven – en/of ze gebruiken allemaal dezelfde back-end software), zag je teleurstellend weinig werk tegen nog veel teleurstellendere tarieven. 1,5 cent per woord is eerder regel dan uitzondering. Normaliter zou je voor zo weinig geld (om aan minimumloon te komen moet je op die manier 1000-1500 woorden per uur schrijven) nooit aan een opdracht beginnen. Dat snappen de contentboeren ook, dus houden ze je een worst voor. Schrijf je namelijk hele goede teksten, vertellen ze je, dan kun je sterren/punten/whatever verdienen en krijg je toegang tot beter betalend werk.

Domme, domme freelancer

Goed, met gezonde tegenzin leverde ik dus bij zo’n site twee teksten in van 600 woorden, die me ongeveer twee uur hadden gekost en waar ik in totaal ongeveer 10 euro voor kreeg. Beiden werden met vier sterren gewaardeerd en ik kreeg toegang tot het ‘viersterrengedeelte’. Drie keer raden hoeveel opdrachten daar stonden. Juist, geen enkele. Ik besloot toch ook nog maar even de toelatingstest voor eindredacteur te doen. Een lijstje met taalvragen waar geen enkele redacteur moeite mee zou mogen hebben. Na toelating bleek ook de lijst met eindredactie-opdrachten leeg. En ja, ik heb in de weken daarna regelmatig op de site gekeken. En nee, er verschenen geen opdrachten. Er zijn momenten dat je je zo dom voelt dat je wel kunt janken. Dit was zo’n moment.

Waardeloze tekstschrijvers, waardeloze teksten, waardeloze tarieven

Zo gaat het dus. De waardeloze tekstschrijvers blijven voor waardeloze tarieven hun waardeloze tekstjes inleveren, in de hoop ooit nog in het magische, niet-bestaande viersterrenland te worden toegelaten. De goede maken na de eerste kennismaking dat ze wegkomen. De huidige content farms zijn het online equivalent van een megastal vol plofkippen en ze vervuilen het web met hun ziekmakende plofcontent.

Het kan (en moet) beter

Het principe van een content farm is solide. Je gebruikt het web om vraag en aanbod op een efficiënte manier bij elkaar te brengen en daar ben ik helemaal voor. Het gaat mis bij het vaststellen van de prioriteiten en dus de tarieven. Het lijkt erop dat de mensen die met/voor/bij deze bedrijven werken het idee aanhangen dat content niet koning, maar bijzaak is. Ze vullen voor een prikkie hun websites met prut en half-malafide SEO-praktijken doen de rest. Ze maken, kortom, precies het soort sites waar iedereen een hekel aan heeft. En ook de sites die Google bij iedere update verder teruggooit in de zoekresultaten.

Kwaliteit

Wie zichzelf dus, als website-eigenaar of als contentmaker, enigszins serieus wil blijven nemen, mijdt deze bedrijven als de pest. Maar, als ik even mag dromen, het moet toch ook gewoon wel goed kunnen? Doe de tarieven een factor twintig omhoog en je kunt wel echte tekstschrijvers binnenhouden, kwaliteit leveren en stoppen met onze online wereld te vervuilen met crap. Zie het als een biologische contentboerderij waar blije contentmakers zich inspannen om continu hoge kwaliteit te leveren, voor klanten die die kwaliteit weten te waarderen. Geen SEO-spammers, maar ondernemers die snappen dat goede content van levensbelang is.

Abonnementssysteem

Bij het model van tekst-op-bestelling heb ik zo mijn bedenkingen. Het bestellen van, zeg, 100 teksten in één keer veronderstelt namelijk dat je precies weet met welke content je je doelgroep en dus je doelen gaat bereiken. En wie weet dat nou? Online marketing is nog steeds voornamelijk een kwestie van proberen, meten en bijsturen. Ook voor je Google-resultaten en voor je zichtbaarheid op social media is een site die regelmatig wordt aangevuld van groot belang. Een abonnementssysteem waarbij wekelijks of zelfs dagelijks nieuwe content wordt geleverd, eventueel gecombineerd met analytics en strategisch advies, ligt dus veel meer voor de hand.

Contentmix

Het gaat bij content natuurlijk al lang niet meer alleen over tekst. Een contentstrategie bevat altijd ook andere contentvormen zoals fotografie, (info)graphics en video. De biologische contentboerderij zal dus niet alleen betere kwaliteit, maar ook meer diversiteit leveren.

Wie gaat het doen?

Ik weet dat er voldoende getalenteerde contentmakers zijn die blij zullen zijn met zo’n dienst. Zij zullen met plezier wat op hun uurtarief inleveren, omdat ze veel tijd besparen op hun acquisitie. En steeds meer opdrachtgevers beginnen ook te zien dat ze om online te overleven betere content moeten hebben dan de buurman. Voor hen zou de biologische contentboerderij een goed compromis zijn tussen zelf aanmodderen en het inhuren van een marketingbureau. Er zit dus ruimte in de markt en die ruimte is aan het groeien. De vraag is nu alleen wie er als eerste in die ruimte springt.


Geschreven door