‘Vriend’ worden we genoemd. ‘Volger’. ‘Connectie’. ‘Reaguurder’. Welk etiket we ook opgeplakt krijgen door het sociale netwerk waar we ons bij aansluiten, een etiket blijft het. Een masker. Een tweede identiteit.

Met de komst van Facebook, Twitter, LinkedIn, YouTube en nog een sloot andere populaire contactmaak-sites en -apps, is het onderhouden (en starten) van vriendschappen/relaties nog nooit zo makkelijk geweest. Er wordt de hele dag door gedeeld, gechat en geflirt. Er zijn mensen die hun vakantiefoto’s ‘sharen’, wat ze gegeten hebben en waar, er worden aparte accounts opgericht, speciaal voor hun hond of kat; je kunt het zo gek niet bedenken of het bestaat. Ondanks dat het lijkt alsof iedereen zijn privéleven in de etalage zet, is het slechts een versie van dat privéleven.

De versie van jezelf

Deze versie is toegespitst op het sociale netwerk in kwestie. Wat je (mee)deelt, hoe en aan wie, hangt af van het desbetreffende medium. Dat betekent dat een gesprek via LinkedIn anders verloopt dan bijvoorbeeld via Facebook. Zelfs als het met dezelfde persoon is. Dat ligt niet alleen aan het onderwerp – je wilt iets kwijt over je werk – maar ook aan de identiteit die je voor jezelf hebt gecreëerd. Ga maar na: als je inlogt bij LinkedIn, doe je dat met een ander gevoel dan bij Twitter. Of Snapchat. Of Tinder.

Tweede, derde, vierde persoonlijkheid

tweet_1Dat gesprekken en uitwisselingen anders verlopen, afhankelijk van het medium, valt misschien niet iedereen op. Het aannemen van een tweede, derde, vierde identiteit gaat welhaast automatisch. En als iedereen het doet, sta je er niet snel bij stil. Het wordt echter een ander verhaal als iemand je een berichtje stuurt via, laten we zeggen, Facebook. Je zou direct kunnen reageren, maar je hebt toevallig haast. Of je wilt iemand liever face to face spreken, omdat je denkt dat ‘t dan beter overkomt. En dan kom je die persoon toevallig in de supermarkt tegen. Je maakt een praatje, zoals wel vaker, en haalt ook meteen het Facebookberichtje aan; dan is dat ook meteen geregeld. Maar dan gebeurt er iets vreemds. Er wordt je subtiel te kennen gegeven dat het not done is om daar plompverloren, ongevraagd en face to face, over te beginnen.

Botsende werelden

tweet_2In de supermarkt komt de ander opeens in een spagaat terecht. De ‘hij’ van de echte wereld wordt aangesproken als de ‘hij’ van Facebook, en dat zijn voor hem twee aparte persoonlijkheden. Wat dan vaak gebeurt, is dat het gesprek snel wordt afgekapt met de woorden: ‘Stuur me maar een berichtje’, zodat de conversatie verder gaat waar hij hoort; in de (blauw-witte) omgeving waar hij begonnen is.

In een aflevering van Seinfeld gebeurt iets vergelijkbaars, waar de schrijvers de term ‘worlds collide’ aan hebben gegeven. Jerry en George zijn vrienden, hebben allebei een vriendin. Deze vriendinnen zijn benieuwd naar elkaar en willen, buiten de mannen om, met elkaar afspreken. George ziet dat absoluut niet zitten. De gevolgen zijn niet te overzien als deze twee werelden bij elkaar komen. Voor je het weet, zien George en Jerry elkaar voortaan alleen nog met z’n vieren, en in dat geval, wordt ‘George de vriend’ opgeslokt door ‘George in een relatie’. Daar kan iedereen zich wel iets bij voorstellen – al wordt dit in een sitcom natuurlijk tot in extrema doorgevoerd. Sterker nog, als Seinfeld nog had bestaan, was er vast een aflevering gemaakt over ‘Facebook George’ en ‘Buitenshuis George’.

Internetdating

tweet_3Een ander duidelijk voorbeeld is natuurlijk het daten via internet. Je hebt elkaar geswipet, gescrolld en een tijdje gechat; nu komt het eerste afspraakje. De real life experience. Het is spannend, want: je ontmoet een vreemde, waarvan je hoopt dat hij/zij de ware is. Je hoopt nog meer dat hij/zij jou de ware vindt. Maar wat het extra eng maakt, is het feit dat je opeens moet communiceren vanuit een andere identiteit. De ‘echte jij’ is niet degene die met de potentiële liefde van je leven van gedachten heeft gewisseld. Niet degene die de ander met romantische berichtjes heeft versierd. Dat was de ideale Tinder- of datingsite-versie van jezelf.

Een beschermingsmechanisme?

tweet_4Op de een of andere manier, meten wij ons een andere identiteit en persoonlijkheid aan, als we een andere (virtuele) wereld betreden. Dit heet ook wel het Online Disinhibition Effect. Een aantal weken geleden, zocht minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Lodewijk Asscher de confrontatie met zogeheten ‘reaguurders’ en internetpestkoppen.

Wat bleek: de mensen achter de grove scheldkanonnades waren hele normale, aardige mensen, die vaak op hun woorden terugkwamen. Is het in de huid kruipen van een zelfverzonnen personage een beschermingsmechanisme? Een schild tegen (letterlijk) de rest van de wereld waar je online aan staat blootgesteld? Is het een manier om je fantasieën uit te leven, zoals ook gebeurt in videogames? Is het bindingsangst? De behoefte om verbonden te zijn, maar dan wel graag op enige afstand? Het feit dat we ons wel moeten splitsen, omdat we anders de overweldigende informatie die op ons af komt niet kunnen behappen? – zie hiervoor ook het rapport De Zwarte Kant van Social Media.

Welk psychologisch proces er ook achter zit, het lijkt erop dat we ermee moeten leren leven. En in ons achterhoofd houden dat het Instagram/Twitter/Snapchat/Wordfeud-icoontje bepaalt welke pet iemand opzet. De pessimist zal zeggen: niemand is wie hij zegt dat hij is en iedereen is dus per definitie niet te vertrouwen. Een optimist zal redeneren: hoe minder icoontjes en inlogschermen tussen jullie in staan, hoe aardiger iemand waarschijnlijk is.


Geschreven door en