Het nieuwe jaar is ingeluid en de voornemens om een beter mens te worden vliegen je om de oren, online én offline. Hierbij vijf praktische tips voor het maken van goede voornemens.

1. Woorden? Oké, maar houd die daden in je achterhoofd

Doe alleen beweringen die je kunt waarmaken. Zeg dus liever niet dat je zeven keer per week vijf uur lang gaat trainen als je al in een zakje moet blazen na het beklimmen van je tuinladder. Sport sowieso maar niet zo dwangmatig. De wereld kan prima zonder spiermassagevaartes die brullend door de sportschool stampen met hun hysterisch gekleurde sportdrankjes. Verander niet in een neanderthaler. Het is 2016. Voor de mensheid geldt: Been there, done that.

2. Excuusvoornemens? Weg ermee!

Beschouw een goed voornemen niet als een afgezonderd stukje van je leven. Slechte gewoontes moet je afleren, niet compenseren. Schrap excuusvoornemens. Eet je bijvoorbeeld een extra slablaadje voor elke cocktail die je achteroverslaat, dan zwaai je met een zielig vuistje naar de beruchte bierkaai. En zoals je weet, moet je daar niet tegen vechten. Misschien gaat je schuldgevoel tijdelijk weg als je fanatiek op wat rucola knabbelt, maar dat beetje rauwkost helpt niet tegen de grommende monsterkater die op zondagochtend met een hamer tegen de binnenkant van je voorhoofd slaat. Neem je voor om de cocktail te vervangen door een colaatje. Eventueel aangevuld met slablaadjes.

3. Niet ‘ik wil’, maar ‘ik ga’

Willen? Tsja, iedereen wil wel iets. Maar zoals Willem Elsschot reeds schreef: “Tussen droom en daad staan wetten in de weg en praktische bezwaren, en ook weemoedigheid”. Wil je van je droom een daad maken? Vervang ‘ik wil’ dan door ‘ik ga’. Daar word je vrolijk van. Je recentelijk verworven blijmoedigheid kun je gebruiken om alle obstakels uit de weg te ruimen. (Er moeten overigens geen wetten in de weg staan die het realiseren van je goede voornemens belemmeren. Criminele intenties zijn geen goede voornemens. Voor de duidelijkheid: het gedicht van Elsschot gaat over een man die zijn echtgenote naar gene zijde wil helpen. Spoiler: hij doet het niet.)

4. ‘Echt’? Echt niet!

Laat het woord ‘echt’ weg. Als je een voornemen werkelijk doorzet, hoef je deze term niet te gebruiken. Doe je dit toch, dan boet je in aan overtuigingskracht. Denk maar eens aan je luidruchtige kennis die altijd roept: “Nu doe ik het écht!” Die laat jij niet je plantjes bewateren en je hamster voeren wanneer je een trektocht door Australië gaat maken. Want dan zou je hamster weleens zijn laatste adem kunnen uitblazen tussen je verdorde geraniums terwijl je weg bent. Met andere woorden: iemand die twijfels over zichzelf probeert te overschreeuwen, is doorgaans niet erg betrouwbaar. Gebruik daarom niet te veel woorden bij het formuleren van je goede voornemens. Wees ferm en vertrouw op je eigen wils- en daadkracht. In 2016 ga je veranderen. Punt uit.

5. Het glas is halfvol – minimaal

Formuleer je goede voornemens op positieve wijze. Zeg niet waarmee je ophoudt, maar waarmee je begint. Stop stilzwijgend met vervelende gewoontes en focus je op de dingen die je wél gaat doen. Maak je een terugval in het nieuwe jaar? Realiseer je dat dit menselijk is en pak de draad op. Zorg dat je mok, beker of longdrinkglas halfvol blijft. Houd trouwens niet op met schenken wanneer je op de helft bent. Een vol glas is je doel. Vind je het moeilijk om tot de rand te komen? Voeg dan een beloningssapje toe aan je voornemen. Koop bijvoorbeeld iets leuks voor jezelf als je je aan de geen-cocktail-maar-cola-en-sla-regel hebt gehouden. Daar wordt je glas een stuk voller van, want motivatie zorgt voor meer doorzettingsvermogen.

Tenslotte: sla pepermuntrollen in. Cola en sla vormen niet echt een smakelijke combinatie.


7.845 keer gelezen Geschreven door