Schrijven is schrappen. Kunst is lijden. Kill your darlings, zeggen we zelfs in het Engels. Iedereen die met het maken van teksten bezig is, weet dat niet alles wat je neerpent, zomaar geschikt is voor publicatie. En man, wat is het pijnlijk om erop gewezen te worden. Maar wil je beter worden in tekstschrijverij, dan moet je dat ego soms even uitzetten. Al is dat niet voor iedereen even gemakkelijk.

‘Een wild paard bind je toch ook niet vast aan een paal?’ Met die woorden en nog veel meer woorden (heel veel meer woorden), nam de eerste blogger resoluut afscheid van ons een aantal jaar geleden. Lange tijd leverde hij zeer regelmatig artikelen aan, maar de liefde was over. Ik had hem niet aan een paal gebonden of zelfs maar in een wei ingesloten. Wat ik wel had gedaan was minder poëtisch van aard: ik had een eindredactieslag ingevoerd in het blogproces op 42Bis (toen nog Contentgirls).

Au!

Door de jaren heen, was dat eerste wild-paard-bericht, niet het laatste op-hoge-poten-afscheid dat ik in mijn mailbox vond. Vaak in niet mis te verstane bewoording, word ik vakkundig naar mijn moer gestuurd…met mijn eindredactie. Van de hoe-durf-je’s, tot de maar-ik-heb-mijn-best-gedaans en van de zo-is-het-net-werk, tot de ik-heb-hier-geen-tijd-voor-hoors. Wat natuurlijk prima en valide is allemaal en waarop ik ook met die boodschap altijd reageer: als het niks is voor jou, dan is dat helemaal oké (ik ben oké, jij bent oké, wij zijn oké).

En toch schrijf ik dit artikel. Over eindredactie en waarom je – als je graag wilt schrijven of dat al doet – zou kunnen overwegen om er anders mee om te gaan. Want je zou het punt kunnen maken dat we bij Content Collective allemaal vrijwilligers zijn (wat ik geen reden vind om ‘maar wat te doen’). Maar ik kom hetzelfde chagrijn tegenover eindredactie ook op meer commerciële plekken tegen. Plekken waar content onderdeel is van het bedrijfsproces en iets moet opleveren. Plekken waar mensen met vaste contracten werken en geacht worden dat werk excellent uit te voeren.

En bleef het maar bij chagrijn. Op veel van die plekken is er helemaal geen eindredactie. Dat lijkt me risicovol. Natuurlijk is ook die laatste check niet zaligmakend, maar als jouw content het vertrouwen van jouw doelgroep moet winnen, dan is het een poging waard om dat zo goed mogelijk te doen.

Werk je nog niet met een eindredactie of vind je dat lastig? Houd dan de volgende zaken in het achterhoofd, misschien helpt het.

Realiseer je: dat je woordblind bent

Niet echt natuurlijk, maar wel waar het om je eigen teksten gaat. Soms heb ik een artikel van mezelf wel 10 keer nagelezen. Woord voor woord, hardop voorgelezen, helemaal doorgelopen, Word om rode-kringeltjes-hulp gevraagd en toch – als ik een paar dagen later lees – blijk ik nog steeds net dat ene foutje te ontdekken. Van een dikke dt-fout, tot een stomme tikfout. Zaken waarvan ik heus wel weet hoe ik ze moet schrijven, maar die ik toch verkeerd heb getikt.

Wanneer je een artikel aan het schrijven bent, heb je voor dat (creatieve) proces een bak concentratie nodig. En – anders dan vrouwen je willen doen geloven – bestaat echt multitasken niet. Je doet maar één ding tegelijk echt goed. De eindredacteur is in z’n meest minimale vorm, een set verse ogen. Zij ziet de tekst voor het eerst, slaat (uit haast of andere valide redenen) geen woorden of zinnen over en kijkt expliciet mee om die stomme (ik-sla-mezelf-voor-mijn-kop-)foutjes op te sporen. Hoe fijn is dat? Zeer fijn!

Onthoud: dat de eindredactie er voor jou is…..

Het lijkt soms misschien even niet zo, wanneer je je artikel terugkrijgt en de aanwijzingen en tips zijn langer dan het artikel zelf. Dat is even slikken. Ook voor mij trouwens. Want indien nodig, laten de eindredacteuren ook van mijn artikelen niks heel. Ze maken korte metten met lange zinnen en dwingen me om mijn punt echt wat sneller te maken. Ze wijzen me op die onduidelijke titel en adviseren me die (onwijs mooie en kunstige) intro veel korter op te schrijven. Dat doen ze niet omdat ze een hekel aan mij hebben (denk ik), maar dat doen ze om ervoor te zorgen dat wat ik schrijf, het grootst mogelijke risico loopt om te worden gelezen.

Nu weet ik dat er veel mensen zijn die dat zien als negatief: ‘Wáttt….geil je op aandacht ofzo?’. Maar da’s natuurlijk licht onzinnig. Schrijvers schrijven om gelezen te worden. Of dat nu een roman, een blog of een zakelijke producttekst is. En daar hoort bij dat wat je schrijft leesbaar moet zijn: voor je doelgroep, op het medium waarop je publiceert. De Harry Potter boeken zijn ook niet uit de losse pols neergepend en direct in jouw boekenkast beland. Ook daar zat een eindredacteur tussen die J.K. Rowling een handje heeft geholpen om wat vast al prima was, nóg beter te maken. Wie die perfectioneerder is, weet ik niet – maar hij of zij is de sterke man/vrouw achter Rowling. En jouw eindredacteur is dat achter jou.

….en dus ook voor je lezer

Jouw prachtige volzin, je eindeloze komma’s, je onleesbare intro (ik heb ze allemaal….) zijn voor jou leuk, maar niet voor je lezer. Nu steeds meer bedrijven aan de slag gaan met content en contentmarketing. Nu ook steeds meer bedrijven willekeurige mensen verantwoordelijk maken voor het maken van die content, is er steeds meer slechte content. Slecht betekent hier dan: content die niet aansluit bij je doelgroep, niet bereikt wat je ermee wilt bereiken, maar basaler nog: gewoon volstaat met fouten. Hoewel je lezer daar niet blind van zal worden, verstoort het wel de overdracht van je boodschap. Is het foutloos en een prima tekst: dan hoor je er (maar al te vaak) niemand over. Als er één dt-fout getikt is, dan loop je het risico dat ook de inhoud minder serieus wordt genomen.

En vergeet daarbij niet dat die lezer druk is (met Twitteren, Facebooken, WhatsAppen en af en toe een kat van het bureau rossen). Elk excuus dat je hem geeft om af te haken, pakt hij met beide handen aan. Je eindredacteur kan je helpen om die afhaakmomentjes te ontdekken en voorkomen.

Probeer: je ego buiten beschouwing te laten

‘Au, kritiek doet pijn aan mijn kunstige ziel’ Dat klopt. Ik heb het eindeloos vaak ervaren. Wie vroeger weleens naar Idols keek, weet dat mensen die dénken dat ze ergens goed in zijn, dat niet altijd zijn. Hadden sommige van de kandidaten maar een eindredacteur gehad: iemand die hen had kunnen vertellen dat van hun (gebrek aan) zangtalent het glazuur spontaan van tanden klapt.  Maar dat deed niemand. Dikke kans dat iedereen om hen heen zei: ‘Je zingt best goed hoor.’ Niet om gemeen te doen, maar om aardig te doen en geen zieltjes te kwetsen.

We zijn allemaal volwassen mensen, met volwassen zieltjes. Zieltjes waarop je inmiddels wel wat eelt mag verwachten. Kunst doet pijn, leren doet pijn, zet je eroverheen en haal eruit wat je eruit kunt halen: een les voor de volgende keer. En houd het vorige punt daarbij in het achterhoofd: de eindredacteur is er om jou te laten schijnen.

Laat: je ook niet alles aanpraten

Dat gezegd hebbende: de eindredacteur heeft niet altijd gelijk. Wat de context ook is (je bent blogger, je bent webredacteur, je bent op wat voor manier dan ook schrijver), je hebt altijd de mogelijkheid om in gesprek te gaan over aanbevelingen en aanpassingen. Achterover zitten en boos worden omdat iemand iets vindt, wat jij anders ziet, heeft nog nooit iets opgelost. Onderbouw je keuze, leg uit waarom het wel op jouw manier moet en niet op de andere manier. Het blijft jouw tekst. Schiet echter niet meteen in de dikke verdediging, maar slaap er eerst een nachtje over. Vraag ook aan de eindredacteur waarom hij vindt dat het anders moet. Of leg uit waarom jij vindt dat het zo moet. Het is geen strafwerk op school, het eindredactieproces is altijd bedoeld om tot iets beters te komen en nooit om je werk kapot te maken. Tot iets beters kom je samen.

Doe die tenen eens weg

Met dit alles in gedachten, kun je eindredactie (hopelijk) plaatsen waar het hoort: een proces dat je helpt om het beste uit je werk en jezelf te halen (op het gebied van schrijven althans), waarbij jij ook nog steeds iets te zeggen hebt. Het gaat niet over jou als persoon, het gaat over die tekst. Dus stop die tenen in stevige schoenen, dan is de kans dat erop wordt gestapt meteen een stuk kleiner.


8.900 keer gelezen Geschreven door en