Laat ik meteen met de deur in huis vallen: ik heb een hekel aan Facebook. De gebruiks(on)vriendelijkheid van de site, de evil genius die er de baas van is, de wetenschappelijke graad die je moet hebben om de privacy-instellingen te doorgronden en natuurlijk de infantiele stickers die je vrienden je sturen. Oh en had ik al gezegd: porren? Facebook is een eikel.

Ik was lange tijd gek op Twitter. De plek bij uitstek waar je tussen de bedrijven door, kort iets kan roepen (in mijn geval een willekeurige gedachte over …katten bijvoorbeeld), waarna je gezellig kan kleppen met wie er dan ook reageert. Misschien is dat niet de usecase voor iedereen, maar voor mij als eenpitter is Twitter simpelweg gezellig, zonder al te veel van mijn tijd in beslag te nemen.

Ik wás dus gek op Twitter. Maar dat ís aan het voorbijgaan. En mijn liefde voor Facebook groeit. Hoe erg is dat? En is er therapie voor?

Overvol

Ik geef het gewoon eerlijk toe: deels is het mijn eigen schuld. Ik volg meer dan 10.000 mensen op Twitter en word zelf gevolgd door bijna 17.000 mensen. Aantallen waar ik me IRL (in real life) geen voorstelling van kan maken eerlijk gezegd. Mijn Twitter-volg-regel is een hele simpele: als je mij volgt én je bent een mens (geen logo) én je hebt niet al te gekke dingen in je bio staan (“Ik ben gek op Wilders” kwalificeert voor de lijst gekke dingen), dan volg ik je terug. Zo leer ik nog eens nieuwe mensen kennen die niet tot mijn normale clubjes behoren.

En al in de tijd van ICQ had ik 800 vrienden. Wat toen zo ongeveer het hele internet was. Ik vind het nu eenmaal gezellig om te allen tijden aanspraak te hebben, ook wanneer normale mensen slapen bijvoorbeeld. Het is dus niet echt gek dat mijn Twitter lekker volloopt. Niet erg, vond ik. Maar langzaam maar zeker verandert mijn mening daarover.

Maar weinig gefilterd

Het begon vorig jaar. De eerste golf van Zwarte Piet gekkigheid overspoelde Nederland en Twitter en Facebook ontploften. Mijn eerste blog over dat onderwerp schreef ik in 2002. Mijn eerste publieke column over het onderwerp was in 2005. Ik ben dus een Zwarte Piet hipster: ik was al aan het meningen (let op: werkwoord!) vóórdat het hip was . Há!

Overigens was toen de discussie ook vol met drogredenen, maar wel verstoken van bedreigingen en ongegeneerd racisme. Nou, voordat je me terugstuurt naar mijn eigen land (Nederland) of iets anders onaantrekkelijks: het punt hier is niet Zwarte Piet, die discussie mag je met me voeren op mijn persoonlijke blog. Mijn punt is vorig jaar tijdens exact déze discussie mijn Facebook grondig heb opgeschoond en mijn Twitter timeline heb uitgezet, zodat ik me er in in elk geval online aan kon onttrekken.

Ik kreeg namelijk buikpijn van wat ik voorbij zag gaan. Buikpijn van de lijnen waarlangs de discussie liep en loopt. Buikpijn van de belachelijk harde commentaren en opmerkingen en van de racistische tweets en posts.

Mijn Twitter ruimde ik niet op. Dat was vechten tegen de (17.000)bierkaai(en). Maar met zo’m 1400 vrienden, was mijn Facebook bescheiden. Vijfhonderd daarvan ruimde ik. Wat ik overhield was een groep mensen waarvan ik wist dat we het in grote lijnen en op de belangrijke punten met elkaar eens zijn. Waarmee ik niet alleen ZP bedoel, maar issues zoals racisme, de positie van vrouwen, gelijkheid, rechtvaardigheid en meer van dat soort grote principes.

En nu is het heerlijk

Hoewel ik hier en daar vast iemand heb gemist tijdens mijn opschoonmoment (ik vind je nog wel), is mijn Facebook nu een oase van prettigheid. Een plek waar ik me omring met mensen die in veel opzichten compleet anders zijn dan ik, maar die op de grote issues niet voor buikpijn zorgen. En natuurlijk zijn er nuances binnen die grote onderwerpen en hebben we daar eindeloze discussies over. Maar dát zijn geen discussies waarvan ik buikpijn krijg, maar juist energie.

Mijn Twitter daarentegen is nog steeds ongefilterd. Mijn algemene timeline staat nog steeds uit. Ik wil liever niet teleurgesteld zijn in de mensheid, dus lees ik alleen wat mensen tegen mij zeggen en gebruik ik steeds actiever de lijstmaak-functie om de input te beperken. Niet omdat er helemaal geen leuke mensen zijn hoor, maar omdat het een megaklus is om uit die 17.000 de pareltjes te trekken.

Maar je moet toch alle invalshoeken meemaken!

Dat wordt mij vaak toegeroepen. Dat ik in aanraking moet komen met álle zienswijzen. Dat ik geen filterbubble mág hebben. Dat ik de discussie, het gesprek, de dialoog aan moet gaan. Dude, dat klopt. Althans, in essentie is het goed om zaken eens van een andere kant te bekijken en een andere mening aan te horen. Klopt. Maar ik ben inmiddels bijna 40 en ik heb in mijn leven eindeloos veel discussies gehad over eindeloos veel onderwerpen. De meeste argumenten heb ik al eens gehoord. Dat zonder arrogantie hoor, gewoon – naast grijze haren – één van de effecten van ouder worden.

Maar belangrijker: ik hoef niet álle zienswijzen van dichtbij mee te maken of aan te horen.

Om even te chargeren om mijn punt te maken: ik hoef geen pedo’s te volgen op Twitter om te begrijpen wat hun zienswijze is. Waarom zou ik? I don’t care! En in het kader van wetenschappelijke interesse zou ik het basaal nog interessant vinden om nou eens te lezen wat zo iemand te zeggen heeft. Maar stel nou dat die pedo mij ervan probeert te overtuigen dat er niks mis is met pedofilie en dat praktisch uitvoeren. Moet ik die discussie dan echt verplicht aangaan omdat ik anders niet voldoende meekrijg van andere zienswijzen?

NEE!

Opt in: ik opt uit

Opt in-OutWat ik heel even was vergeten met betrekking tot het web, is dat alles opt in is: ik kíés zelf wat ik wel en niet consumeer en met wie ik wel en niet gezellig doe. Dat doe ik offline (deels) natuurlijk ook. En dat is online ook prima. Ik hoef helemaal niet geconfronteerd te worden met een continue stroom van zaken die mij buikpijn geven. Dat was ik zomaar vergeten. Heel even dacht ik dat open zijn, betekende dat ik open ben voor iedereen. En dat interesse hebben in de wereld om me heen betekent dat ik interesse heb in iedereen en iedereen binnen moet laten…..de hele tijd (want internet).

Dat is niet zo. Jij wist dat allang. Ik was het vergeten.

Ruim je Twitter dan eens op

Toen ik toegaf dat het mijn eigen schuld was, zei ik ook dat het maar deels mijn eigen schuld was dat ik Twitter niet meer leuk vind. Dat woordje “deels” is relevant. Twitter wordt geroemd om z’n snelle karakter: dat maakt het dynamisch en geschikt voor een heleboel mooie zaken (waaronder revolutie). Maar die 140 karakters, die je dwingen om snel je punt te maken, bieden ook opvallend weinig ruimte voor nuance. Geen ruimte voor enige zinnige discussie over meer complexe issues. En vooral veel ruimte voor in your face oneliners. Leuk voor humor. Zinloos voor maatschappelijke kwesties.

Mijn Twitter opruimen is één optie. Maar ik heb een andere optie gekozen:

Twitter is voor mij absoluut niet (meer) de plek waar ik pogingen doe tot zinnige discussies. Daar zijn andere plekken voor, die wel ruimte bieden voor nuances, zijpaadjes, onderbouwing en bronnen, zonder dat je er 8 tweets voor moet gebruiken (waarvan dan alleen de eerste wordt gelezen en RT’d). Facebook is nu die plek voor mij. En als er een platform is of komt dat niet het eigendom is van een evil genius, waar ik die mensen kan vinden waarmee ik dit soort gesprekken graag voer en waar de usability en privacy beter zijn, dan verhuis ik direct. Maar voor nu zit ik even vast aan het blauwe gevaar.

En Twitter dan?

Daar blijf ik hangen hoor. Om samen naar stomme televisieprogramma’s te kijken en erover te tweeten. Om interessant leesvoer te delen. Om zinloos te kletsen over mijn katten, nagellak of nieuwe jurk of te klagen over het OV. En soms om pareltjes van mensen te ontdekken of een pareltje voor een ander te zijn, door ze een handje te helpen. Maar wil je met mij in discussie over iets wat ingewikkelder is dan “Waarom staren katten altijd in het niets, alsof ze er iets zien?” dan kun je me vinden op Facebook of op mijn persoonlijke blog. En dan hebben we een echt gesprek, zonder limiet en dan neem ik er ook de tijd voor. Wie weet leren we nog iets van elkaar, het kan zomaar gebeuren.

En jij lezer van dit artikel? Wat vind jij van Twitter als plek waar maatschappelijke kwesties worden besproken? Gesprekken die invloed hebben op beslissingen die worden genomen in en over die maatschappij? Geschikt of ongeschikt? En hoe ga jij om met jouw sociale kanalen en de diversiteit aan meningen?


Geschreven door