Leden van de Tweede Kamer die de parlementaire database Parlis gebruiken krijgen een melding dat deze alleen optimaal werkt met Internet Explorer. Best lastig als de interne automatiseringsdienst adviseert om juist deze browser wegens veiligheidsproblemen niet te gebruiken. Een veelvoorkomend probleem.

W3C zet de standaard

Sir Tim Berners-Lee, grondlegger van het World Wide Web (WWW), introduceerde in 1991 de eerste webbrowser aan zijn collega’s bij de Europese onderzoeksorganisatie CERN. Drie jaar later werd het World Wide Web Consortium (W3C) opgericht. Deze organisatie ontwerpt de standaarden voor opmaaktalen voor webpagina’s als HTML, XML en CSS.

Sinds 1999 is deze organisatie het Web Accessibility Initiative (WAI) gestart, met als doel het World Wide Web toegankelijk te maken voor iedereen, en mensen met een functiebeperking in het bijzonder. Dit initiatief stelde onder meer de Web Content Accessibility Guidelines (WCAG) op, een set van specifieke richtlijnen.

Jaren negentig: de browser wars

Toen ik rond de komst van Windows 95 begon met websites bouwen in puur HTML, was toegankelijkheid niet een onderwerp dat mijn vakgenoten en mij erg bezighield. De meerderheid maakte websites voor alleen Netscape Navigator. Microsoft kwam na enige tijd met Internet Explorer, dat met versie 4.0 zo populair werd dat het Netscape van de browsertroon wist te stoten.

Het leverde ontwikkelaars van webpagina’s problemen op. Microsoft bleek allerlei uitbreidingen op de standaard van het W3C te hebben toegevoegd. Als je daar op inspeelde bleek de website er in Netscape Navigator ineens heel anders uit te zien. Zo herinner ik me een soort van HTML-lichtkrant die, middels de marquee-tag, een doorlopende tekst in de Netscape Navigator als een stilstaande tekst weergaf: irritant!

Geschikt/Ongeschikt

In deze periode kwamen websites voor het eerst met meldingen die aangaven voor welke browser de website wel of niet geschikt was. Iets wat best te begrijpen was in de eerste jaren van de ontwikkeling van de browsers, waarbij nieuwe mogelijkheden werden uitgeprobeerd en er bovendien snel marktaandeel gewonnen moest worden.

De huidige bouwers van websites geven met een dergelijke melding feitelijk hun onmacht aan. Waarbij ze laten zien dat er sinds de jaren negentig van de vorige eeuw maar weinig ten goede is veranderd in hun werk. De gebruikers van dit type websites krijgen de indruk dat zij iets fout doen door hun keuze voor een specifieke browser.

Zet de gebruiker centraal

Wanneer ik de ontwikkelaars van dergelijke websites vraag naar de reden, geven ze vaak aan dat het een doorontwikkeling van eerdere versies betreft. In plaats van het opnieuw maken van de webpagina’s, waarbij de opmaak en de inhoud worden gescheiden, blijft men doormodderen met het oude werk.

Op deze manier blijven de technische specialisten centraal staan. Waar het de gebruikers zouden moeten zijn die deze eer ten deel valt. Door te zorgen dat alle onderdelen in alle browsers goed worden weergegeven. Waarbij het niet uitmaakt of de informatie op een PC, laptop, tablet of smartphone wordt bekeken.

Webrichtlijnen

Initiatieven als de Stichting Bartiméus Accessibility, AnySurfer (België) en het waarmerk Drempelvrij zijn gaan werken op basis van de internationale standaarden. En sinds 2006 bepaalt het Besluit Kwaliteit Rijksoverheidswebsites, dat nieuwe websites van de overheid aan de Webrichtlijnen moeten voldoen. Dat heeft al veel goeds opgeleverd.

Wanneer een website bouwer deze Webrichtlijnen als uitgangspunt neemt bij het maken van elke nieuwe of vernieuwde website, wordt een toegankelijker product opgeleverd. Daar hebben niet alleen mensen met een functiebeperking profijt van. Zoals ik al eerder schreef worden we soms allemaal op een bepaalde manier onnodig beperkt.

Beslissers nu aan zet

Het zijn echter de beslissers in aanbestedingstrajecten waar de winst valt te verwachten voor de gebruikers van websites. Wanneer deze mensen duidelijk maken aan potentiële opdrachtnemers dat een toegankelijke webtoepassing, waarvan de informatie in alle browsers tot zijn recht komt, een minimale eis is kan er echt progressie worden geboekt.

De beslissers binnen de interne automatiseringsdienst van de Tweede Kamer kunnen zelf de keuze maken om meldingen als ‘Parlis werkt alleen optimaal met Internet Explorer’ in de toekomst te voorkomen. Zeker als er tijdelijk een lek in een browser is geconstateerd en gebruik ervan wordt afgeraden is dat van belang.

Stelling

Ik durf de stelling aan dat wanneer de overheid bij de ontwikkeling van nieuwe websites hogere eisen stelt aan zowel toegankelijkheid als gebruiksvriendelijkheid, een tijdelijke commissie ICT van de Tweede Kamer in de toekomst minder snel nodig hoeft te zijn. Wat vind jij? Voeg je mening hieronder toe bij de reacties.

0 Shares:
7 comments
  1. Kan me in grote lijnen vinden in je verhaal en stelling, temeer met het oog op de toename van plaatsonafhankeljjk werken, mobiele apparaten en browsers.
    Echter: is het niet in eerste instantie een verantwoordelijkheid van ICT in algemeenheid om eens te stoppen met misbruik maken van onwetendheid en gebrek aan kennis bij afnemers?
    Het is toch van de zotte dat daar eisen, wetten en regeltjes voor nodig zijn?

    1. Eens. Wat het lastig maakt is dat veel programmeurs en testers van software en webtoepassingen een broertje dood hebben aan toegankelijkheid. Zo lang het op hun eigen computer maar werkt is het goed genoeg is wat ik te vaak zie. De goeden nagelaten uiteraard. Als opdrachtgevers eisen stellen op dit gebied worden de ontwikkelaars pas echt gedwongen om anders te werk te gaan.

      1. Heel herkenbaar, alleen is het probleem dat opdrachtgevers niet goed kunnen toetsen hoe goed de website is die wordt opgeleverd. Ooit dacht ik in dat gat te springen met http://websitequality.zomdir.com/ maar ook dat helpt niet. De opdrachtgever moet eerst de noodzaak zien. Nu hoor ik gelukkig wel vaker dat er om twee ontwerpen worden gevraagd, voor de desktop en voor het mobieltje. Er is dus wel sprake van enige vooruitgang ;-)

  2. Hoi Martin, wat mij dan bezighoudt. Vind je dat alle websites toegankelijk moeten worden gemaakt voor webbrowsers? Of alleen de websites waar de overheid en aanbestedingsbureaus aan te pas komen? Vooral omdat sites van de overheid vaak gepaard gaan met kosten die flink oplopen. Daarnaast ben ik benieuwd met welk aanbestedingsbureau je prettige ervaringen hebt. Alvast dank voor je antwoord! Verder eens met je artikel. Groetjes, Silvia

    1. Wat mij betreft zouden alle ICT-toepassingen toegankelijk moeten zijn voor alle mogelijke gebruikers. Wat dat betreft hebben we nog een lange weg te gaan in ons land. Ik werk zelf niet met aanbestedingsbureaus.

  3. Je uitgangspunt is heel terecht, sites zouden toegankelijk moeten zijn. Zaken als webrichtlijnen spelen leveren daar een belangrijke bijdrage aan in projecten waar het gaat om nieuwe sites en toepassingen. Helaas is er nog steeds legacy, daarbij moet het kostenaspect wel worden meegenomen. Nee, het is niet ideaal dat een dergelijke melding verschijnt in Parlis, maar is dat voldoende om een volledige vernieuwing en de daarbij horende kosten te verantwoorden?
    Voor Rijksoverheid.nl hanteren we de webrichtlijnen plus nog tientallen andere regels die voorgeschreven zijn óf die we zelf belangrijk vinden. De site is een goed voorbeeld van dat het wel degelijk kan. De truc is vanaf het vroegste moment de richtlijnen meenemen in je ontwerpproces.

    1. Eens met je aandachtspunten. Wat betreft legacy vraag ik me wel af wat het moment zal zijn waarbij het wel verantwoord is wat betreft de kosten om een stap vooruit te zetten.

Comments are closed.

Dit artikel is 8.338 keer gelezen