Hoe staat het anno 2014 eigenlijk met het gebruik van digitale toepassingen in het onderwijs? Vraag het de leerlingen en zij zullen verzuchten: nou, hun leraren zijn echt nog niet voldoende ICT-bekwaam. Er zal dus bijgeschoold moeten worden. Maar saai hoeft dat niet te zijn!

Minder werkdruk door ICT

Pas nog liet minister Bussemaker weten dat ze geld uitgetrokken heeft om de werkdruk van leerkrachten te verlagen. Een van de maatregelen was: ICT-scholing. Nu zal niet elke leerkracht ervan overtuigd zijn dat zijn werkdruk daarmee omlaag gaat, integendeel. Nog meer gedoe denken sommigen waarschijnlijk. Moet ik nu weer op zoek gaan naar passende YouTube filmpjes die eigenlijk altijd net niet passen? Of wéér al mijn leerlingen in het systeem invoeren? Of me bemoeien met ruzies of ergere zaken die via Whatsapp heen en weer gaan?
Je kunt het weerstand noemen of angst of onwetendheid, een feit is dat de digitale mogelijkheden voor het onderwijs steeds groter worden, maar dat het onderwijs nog onvoldoende rendement haalt uit ICT. Die conclusie is ook vorige maand (weer eens) getrokken, nu na een onderzoek van kennisnet.

Makkelijker

Blijft de vraag hoe je bereikt dat digitale technologie meer ingezet wordt in het onderwijs. Om te beginnen moeten we ervan af dat de digiwereld iets extra’s is dat erbij komt. Je kunt er bijvoorbeeld lesonderdelen mee vervangen. Zet je instructie voor de leerlingen op YouTube en zij kunnen jouw uitleg zo vaak zien als ze willen. Geheid dat je in de klas niet meer dit onderwerp tien keer opnieuw moet uitleggen.

Beter

Met ICT kun je ook dingen doen die eerst niet mogelijk waren. Op het digibord kun je multimediale en interactieve presentaties maken waarmee je absoluut de show steelt. Probeer dat eens met krijtjes en een stoffige wisser. Natuurlijk kost dat extra tijd, maar alleen in het begin. Net zoals het altijd al extra tijd kostte als de school een nieuwe rekenmethode aanschafte of je na drie jaar groep 7 ineens voor groep 4 werd geplaatst.

Leuker

Wil je op je school dan toch eindelijk eens vaart gaan maken in de digiwereld? Doe het in stijl en ga gamen. Gamen, as in World of Warcraft of zo? Nee, speel het TPACK-spel. Een ouderwetsch papieren spel om te leren hoe je de computer, tablet, telefoon, het digibord, internet, enzovoort in je klas inzet. Hoe werkt het?

TPACK-spel

Je hebt kartonnen kaartjes in drie soorten. Op zo’n kaartje staat óf een vak (zeg Aardrijkskunde), óf een werkvorm (bijvoorbeeld werken in groepjes van 3), óf een digitale toepassing (Google Drive om een willekeurige te noemen). De kaartjes worden per soort geschud en twee of drie docenten trekken samen van elke soort één kaartje. De lezer snapt het waarschijnlijk al: de opdracht is om met de drie componenten vak, werkvorm en toepassing een zinvolle les te bedenken. Dat is de basis en natuurlijk vallen daar allerlei variaties op te bedenken: één kaartje inwisselen en nog een keer een les bedenken bijvoorbeeld.

Zelf doen

Wat je ook kunt doen is zelf bedenken wat er op de kaartjes moet staan en die kaartjes maken. Dus toch weer extra werk? Dat is niet het geval, want – verrassing – sjablonen voor de kaartjes zijn gewoon te downloaden op internet, op tpack.nl.

Vergeet ik trouwens bijna te vertellen waar TPACK voor staat: Technology, Pedagogy and Content Knowledge, je weet wel, van die drie kaartjes. Een beetje googelen op TPACK levert een schat aan informatie op. Zoals dit filmpje, van iemand die dacht: dat TPACK, dat vind ik zo’n gaaf idee, ik zet daar gewoon een lekkere beat onder.


Geschreven door