De controle op internetgebruik is groter geworden, er zijn meer nieuwe wetten gekomen die webcontent beteugelen en het aantal arrestaties onder gebruikers van sociale media is toegenomen. De wereldwijde internetvrijheid wordt steeds een stukje minder vrij. Dat is één van de conclusies van een onderzoek van Freedom House, een organisatie die zich sterk maakt voor vrijheid in de wereld.

Voor dit onderzoek is gekeken naar de ontwikkelingen op het gebied van internetvrijheid in 60 landen, in de periode mei 2012 tot april 2013. Hiertoe werden regelgeving en de toegankelijkheid van bepaalde websites onder de loep genomen, interviews gehouden en andere zaken onderzocht. In het eindrapport Freedom on the Net 2013, staat dat in 34 van de 60 landen de internetvrijheid het afgelopen jaar is afgenomen. Zoals in de afbeelding hieronder te zien is, gaat het bij ons in de regio best goed, maar in met name het oostblok, Zuid-Amerika, Rusland en China niet.

Freedom on the Net 2013

groen = vrij / geel = deels vrij / paars = niet vrij

De 10 meest voorkomende manieren van internetcontrole

In de 60 landen die onderzocht zijn, werd internetgebruik het vooral in bedwang gehouden op de volgende 10 manieren:

  1. Blokkering en filtering van bepaalde politieke of sociale content. Vooral China, Iran, Saudi Arabië, Jordanië en Rusland maakten zich hier schuldig aan, maar ook Zuid-Korea en India.
  2. Cyberaanvallen gericht op tegenstanders van het heersende regime. Meestal ingezet tijdens politiek geladen gebeurtenissen zoals verkiezingen, resulterend in DDoS aanvallen op onafhankelijke mediakanalen. Dit gebeurde bijvoorbeeld in Maleisië en Venezuela
  3. Nieuwe wetten en arrestaties. In een stijgend aantal landen zijn er wetten ingevoerd die bepaalde politieke, religieuze of sociale content verbieden. In sommige gevallen zijn deze wetten ook nog eens vaag en open voor eigen  interpretatie door de machthebber. In 28 landen werden mensen gearresteerd vanwege online content. Niet alleen politieke dissidenten, maar ook ‘gewone’ burgers, die berichten op social media geplaatst hadden waar de overheid het niet mee eens was.
  4. Betalen om het online debat te beïnvloeden. Met name in China, Bahrein, Rusland, Belarus en Maleisië werden commentatoren betaald om het online debat te beïnvloeden. Uiteraard in positieve zin voor de heersende politieke garde.
  5. Fysieke aanvallen en moord. In maar liefst 26 landen werden mensen ontvoerd, aangevallen en mishandeld – soms met de dood tot gevolg – voor online berichten. Meestal ging het om het aan de kaak stellen van schending van de mensenrechten. Voorbeelden van landen waar dit voorkwam: Egypte, Syrië en Mexico.
  6. Aftappen / meelezen. In het afgelopen jaar breidden 35 landen hun juridische en technische bevoegdheden uit, om online communicatie te kunnen onderscheppen. Een toezicht wat soms gebruikt wordt voor nuttige doeleinden, maar vaak ook misbruikt wordt voor politieke doeleinden.
  7. ‘Verzoeken’  om informatie te verwijderen. Met name in landen als Rusland en Azerbeidzjan, werden bedrijven regelmatig ‘verzocht’ om informatie van het net te verwijderen. Soms kwam het verzoek netjes via de rechtbank, maar soms ook gepaard met bedreiging en chantage.
  8. Het blokkeren van social media en online communicatiediensten. In 19 landen werden o.a. YouTube, Twitter, Facebook, Skype, Viber, WhatsApp tijdelijk of permanent geblokkeerd. Ofwel omdat de communicatie over deze netwerken niet te controleren was, ofwel omdat ze de inkomsten van de gevestigde telecombedrijven in de weg zaten.
  9. Het aansprakelijk stellen van tussenpersonen. Internetproviders, hosters, webmasters of forum moderators waren in 22 landen hun hachje niet zeker. Zij werden aansprakelijk gehouden voor de content van hun klanten. En uiteraard hielp dat bij de censurering van berichten.
  10. Het afknijpen of afsluiten van diensten. Gedurende politieke gebeurtenissen werd in bijvoorbeeld Syrië, China, India en Venezuela de internettoegang afgeknepen of afgesloten.

Positief nieuws: online activisme helpt

Gelukkig is er ook wat positief nieuws. Een andere conclusie van het onderzoek is namelijk dat online activisme wel degelijk van invloed is geweest. Burgers wisten zich het afgelopen sneller en effectiever te verzamelen dan voorheen en waren steeds beter in staat om bedreigingen van de internetvrijheid onder de aandacht te brengen. In een aantal gevallen heeft dit daadwerkelijk helpen voorkomen dat er van nieuwe beperkingen werden doorgevoerd.

Dus, mocht de volgende online petitie zich aandienen tegen een variant van ACTA, SOPA, PIPA, CISPA of wat voor andere inperking van onze internetvrijheid dan ook, teken deze dan in ieder geval. Dan beloven wij dat je er op tijd van hoort, via alle beschikbare kanalen van 42bis.

 

Download het complete onderzoeksrapport Freedom on the Net 2013.


Geschreven door