Mobiele technologie en sociale netwerken zijn niet meer uit ons leven weg te denken. Ook in de klas spelen ze een rol: de manier van leren en les geven verandert door de komst van deze middelen, schrijft Mathew Ingram op technologiewebsite Gigaom.

Ingram bespreekt een aantal projecten die kinderen vertrouwd maakte met techniek, zodat zij in staat zijn zichzelf (online) iets te leren. Neem nou colleges via YouTube, Udacity  of het One Laptop Per Child (OLPC) project.

Tablets in Ethiopië

Nicholas Negroponte is het voormalig hoofd van het MIT Media Lab en oprichter van het OLPC project. Tijdens een conferentie vertelde hij over scholieren in een afgelegen dorp in Ethiopië, die nog nooit een gedrukt woord hadden gezien. Daar werd een aantal tablets op zonne-energie afgeleverd. Negroponte had niet gedacht dat de kinderen de tablets zelf zouden aanzetten en met de apps aan de slag zouden gaan. In de kortste keren kenden de kinderen het alfabet en konden ze enkele woorden spellen. De OLPC-oprichter is enthousiast, maar beseft ook dat deze gebeurtenis geen hard bewijs is dat de methode werkt.

Kritiek

Het One Laptop Per Child project is geïnspireerd op een gebeurtenis in India. In 1999 werd in een sloppenwijk in New Delhi een computer geplaatst. Met weinig uitleg en nul kennis van computers hebben de kinderen behoorlijk wat geleerd. Ondanks dit bijzondere resultaat werd deze gebeurtenis niet alleen bejubeld. Critici vonden dat het geld beter besteed kon worden aan de docenten of aan de scholen zelf. Anderen betwijfelen of de organisatie daadwerkelijk een verschil kan maken.

Pakistan

Udacity screenshot

Udacity  is een website waar  colleges en examens op universitair niveau worden gevolgd en afgenomen. In Pakistan volgde de elfjarige Khadijah Niazi natuurkundelessen. Op de dag dat zij met 23.000 anderen het afsluitende examen voor haar master (!)  wilde doen, sloot de regering de toegang tot YouTube af. En daar stonden juist de instructies. Time Magazine wist te melden hoe Khadijah Niazi via een omweg tóch de test kon maken. Een cursust in Maleisië zette de beschrijvingen van elke video en de examenvragen online. Een natuurkundeprofessor uit Portugal, die eveneens de colleges volgde, zette de video’s op een ongecensureerde website waar Niazi wel bij kon.  Hoewel de studenten elkaar niet kenden, voelde het alsof ze met elkaar om de studietafel hadden gezeten.

Een ander voorbeeld van online leren is de Khan Academy. Oprichter Salman Khan gebruikte YouTube video’s om zijn nichtje wiskundeles te geven. Niet alleen zijn nichtje bekeek de filmpjes, ook andere YouTube gebruikers hadden er baat bij. Daarop besloot Khan om zich volledig te richten op zijn non-profitorganisatie. De Khan Academy biedt online lesmateriaal voor basisscholen en de onderbouw van het middelbaar onderwijs. Sinds vorig jaar is er ook een Nederlandse stichting die hier de activiteiten voortzet, omdat niet iedereen het Engels even machtig is.

Conclusie

Kinderen kunnen met behulp van technologische middelen als laptops en tablets in korte tijd veel leren. Toch is nog niet iedereen even enthousiast. Moderne snufjes kosten nu eenmaal geld, en de effecten van de hulpmiddelen zijn nog niet bewezen.


Geschreven door