Ik zag het weer voorbijkomen op het web: wat is het onthouden van al die internetwachtwoorden toch onhandig. En dan denk ik: onhandig? Nee hoor, ik heb zelf tientallen wachtwoorden en ik heb ze altijd paraat. Niet eens met een of ander tooltje of zo, maar gewoon in mijn hoofd. Ik heb dat ooit geleerd van Wouter Kabouter.

Wouter Kabouter

Wouter Kabouter woonde in het Wijde Wereld Woud in een dorpje, samen met een stuk of wat dorpsgenoten. Er heerste pais en vree en iedereen was meestal wel in een goede stemming. Als de ene kabouter op straat de andere tegenkwam, dan groetten ze elkaar vriendelijk. Niet met ‘goedemorgen’ of ‘hi’, maar met: ‘Ik vind het leuk.’

Blauwe pillen

Toch had het dorp problemen. Er liepen wel eens Vreemde Snuiters door het dorp, afkomstig uit … Ja, niemand wist eigenlijk goed waar ze vandaan kwamen. Die klopten dan op een deur en de bewoner dacht: ha bezoek, ik vind het leuk! Maar deed de bewoner/-ster de deur open, dan drong de Vreemde Snuiter zich naar binnen om de kabouter over te halen bepaalde blauwe pillen te kopen of hem een klein bedrag te lenen waarvoor de kabouter dan een veel groter bedrag zou terugkrijgen.

Wachtwoorden

Om een lang verhaal kort te maken: de kabouters waren klaar met die Vreemde Snuiters. Ze hadden het helemaal gehad. Daarom spraken ze af dat iedereen behalve te kloppen ook een wachtwoord zou zeggen. Iedere kabouter zou daarvoor zelf met de bewoner zijn eigen wachtwoord afspreken. Veel kabouters noteerden die wachtwoorden in een schriftje maar dat ging op een dag vreselijk mis. Een Vreemde Snuiter had zo’n schriftje bemachtigd en stond toen ineens weer bij een hoop dorpsbewoners op de kabouterstoep. Wat nu?

Wouter bedenkt een list

Wouter Kabouter zou Wouter Kabouter niet geweest zijn als hij niet had gedacht: dat moet anders kunnen. Ik verzin een list. Wat is nu belangrijk bij mijn wachtwoorden?

  1. Ik moet ze allemaal makkelijk kunnen onthouden.
  2. Ik moet voor elk huis een ander, dus uniek wachtwoord hebben. Want als ik overal hetzelfde wachtwoord kies, hoeft een Vreemde Snuiter maar één keer een wachtwoord te achterhalen en hij kan overal naar binnen.
  3. Het moet moeilijk te raden zijn. Als ik de naam van mijn vrouw kies, dan is zo’n Vreemde Snuiter daar zo achter, dus dat kan niet.

De boomkruin

Wouter Kabouter keek om zich heen. Links, rechts, omlaag en toen omhoog. Niets dan boomkruinen zag hij daar. Maar dat ‘boomkruin’, dat was eigenlijk wel een heel mooi woord! Daar zou nooit een Vreemde Snuiter achter komen! Doen, dacht Wouter Kabouter. Zo was punt 3 in ieder geval geregeld. Maar voor elk huis moest het wachtwoord ook uniek zijn. Eureka, dacht Wouter Kabouter, dan plak ik gewoon steeds de naam van de bewoner eraan vast! BoomkruinPim, BoomkruinMira, BoomkruinRoos enzovoort. Hoewel, dat waren wel unieke wachtwoorden, maar nog niet perfect, want misschien kregen Pim, Mira en Roos dat door en dat was ook niet de bedoeling. Maar ook daar was een oplossing voor. Wouter Kabouter nam de eerste letter van de naam en plakte die achter de eerste letter van de eerste lettergreep. Vervolgens plakte Wouter de laatste letter van de naam net voor de laatste letter van de tweede lettergreep. Zo ontstonden:

  • bpoomkruimn
  • bmoomkruian
  • broomkruisn

Unieke wachtwoorden, niet te raden en hij had ze altijd paraat want hij kon ze ter plekke bedenken.

Dus

Neem een willekeurig woord, neem de naam van de site en hussel die op een vaste manier door elkaar. Fröbel als je wilt nog wat met cijfers, hoofd- en kleine letters of diakritische tekens en je hebt nooit geen wachtwoordstress nie meer.


Geschreven door