Vorige maand introduceerde Maurice de Hond bij De Wereld Draait Door zijn concept voor de Steve Jobs School. Na de uitzending stroomde mijn timeline vol met kritiek. En terecht: De Hond maakte een misser door te insinueren dat het niet meer belangrijk zou zijn om met de hand te leren schrijven of een papieren boek te lezen. Want: “in de toekomst is toch alles digitaal”. Het leidde af van het daadwerkelijke onderwerp: het openen van een school die kinderen voorbereidt op een digitale en snel veranderende wereld.

Winkler Prins

Zo’n school is eigenlijk helemaal niet zo’n gek idee. Ook mijn kind wordt opgevoed door ouders die dagelijks met hun smartphone of tablet in de weer zijn. Het zou vreemd zijn als ze thuis ziet hoeveel mogelijkheden die dingen bieden, terwijl er op school nog met conventionele middelen wordt gewerkt. M’n kind ervoor afschermen is helemaal ondenkbaar. Ik zie het al voor me: “Mama, mag ik even een woord opzoeken op Google?” “Nee, daarvoor hebben we de Winkler Prins, hij staat boven op zolder in dat stoffige kastje waarvan het slot bijna is dichtgeroest.”

Tweet wat je ziet

Scholen die met de tijd meegaan en onze kinderen voorbereiden op de toekomst zijn dus goed. Gelukkig zijn er ook steeds meer voorbeelden te vinden van hoger onderwijsinstellingen die zich in de belevingswereld van jongeren verplaatsen – een belangrijke houding als je je doelgroep aan je wilt binden. Zo werd op de Hanzehogeschool Groningen de actie “Tweet wat je ziet” gelanceerd: studenten kunnen onder de hashtag #Hanzetip feedback geven, om samen de kwaliteit van het onderwijs en de instelling te verbeteren. Dit kan variëren van een kapot peertje in de toiletten of slechte dienstverlening aan de studentenbalie, tot het langzame netwerk in de computerzalen.

Eerstejaars iPad

Op de Universiteit Utrecht maakt docent Onderwijskunde Jeroen Janssen gebruik van social media in zijn colleges: studenten kunnen reageren op stellingen via Twitter en discussiëren over de lesstof in een Facebookgroep. Alle eerstejaars studenten Onderwijskunde hebben een iPad in bruikleen gekregen. Docent Jeroen vindt het, naast een verhoogde interactie en het voordeel van directe feedback, “heel fijn om in een collegezaal niet tegen een muur van laptop-achterkantjes aan te kijken.”

Vroeger was alles… papier

Een tablet hééft natuurlijk ook een boel voordelen. Op de middelbare school liep ik dagelijks als sprieterige scholier met een loeizware schooltas te zeulen. Tijdens mijn studie raakte ik in mijn rommelige studentenkamer regelmatig mijn aantekeningen kwijt. Met een tablet zou ik alle lesstof bij elkaar hebben gehad in een pakketje van nog geen 600 gram, had ik nooit meer hoeven zoeken naar losse bladen met onleesbare krabbels en had ik – als ik ziek was, of niet op tijd uit mijn bed kon komen omdat ik de vorige avond iets te lang had doorgefeestgestudeerd – een gemist college op de gekste plekken kunnen terugkijken via videostream. En dan heb ik het niet eens over de besparing van jarenlang volgeschreven en na mijn diploma toch maar weggegooid papier. Last but not least: ik had wel wat spannende, interactieve colleges kunnen gebruiken. Multimediale lessen zijn gewoon leuker. En wat leuk is, motiveert.

Tablet of blokkendoos?

Maar goed, betekent dat nu dat we allemaal maar aan een tablet moeten? Of specifieker: dat we onze kinderen, net als het dochtertje van Maurice de Hond, vanaf hun geboorte al moeten laten spelen met een iPad-rammelaar-app, in plaats van met een houten trommeltje of een blokkendoos? Persoonlijk hoop ik dat mijn kind opgroeit met een prettige mix. Dat ze over twintig jaar prima uit de voeten kan met de technologie van die tijd, maar dat ze me ook begrijpt als ik haar in een nostalgische bui vertel waarom ik van de geur van boeken houd. En dat ik het nog steeds leuk vind om af en toe een handgeschreven kaartje te ontvangen.


Geschreven door