19 jaar was ik en ik ging net op kamers. Een vriendin vond het geen veilig idee dat ik bij nacht en ontij door Rotterdam zou fietsen zonder telefoon op zak. Dus kreeg ik – heel lief – haar voormalige Bosch-koelkast. Met uitschuif-antenne. Ik had er bijna een extra tas voor nodig, dus heel vaak nam ik hem niet mee. In de loop der jaren is er heel wat veranderd en voel ik me lichtelijk onthand zonder mijn mobiele agenda-e-mail-facebook-twitter-wordfeud-drawsomething-weerbericht-googlemaps-ofwel-(smart)phone op zak.

Voor jongeren geldt dat niet anders. Uit onderzoek ‘Hey what’s app?‘ van Mijn Kind Online en Digivaardig & Digiveilig onder meer dan 2.600 jongeren van 8 tot 18 jaar blijkt dat bijna alle kinderen een eigen mobiele telefoon hebben. Ruim de helft is in het bezit van een smartphone en kan mobiel internetten (63%). Een leven zonder telefoon is voor de meesten nauwelijks voor te stellen. Daarnaast spelen social media een grote rol in het dagelijks bestaan van de jeugd. Slechts 13% van de ondervraagde 8-18 jarigen, heeft géén profiel op Hyves, Twitter of Facebook. De overige 87% heeft een profiel op minimaal 1 van de 3 sociale netwerken. Het onderwijs weet zich echter nog weinig raad met deze ontwikkelingen.

‘Wacht, ff mijn moeder pingen’

Vrijwel alle kinderen tussen de 8 en 18 jaar hebben dus een mobiele telefoon. De kleinsten hebben nog vooral een ‘gewone’ mobiel, maar 80% van de 17-jarigen heeft een veel duurdere smartphone (met internet). Bijna 70% van de 13-plussers belt, sms’t, Whatsappt en Pingt wekelijks meer dan 100 keer. Contact met moeders is daarbij het belangrijkst: tieners doen dat via Whatsapp en Ping, jonge kinderen bellen en de kinderen zonder mobiel internet sms’en.

Sociale media

Bijna vier op de vijf jongeren heeft een profiel op Hyves en bijna de helft op Facebook. Ruim een derde van de jongeren zegt een profiel op Twitter te hebben. Als ze een telefoon met mobiel internet hebben, gebruiken ze deze ook om statusupdates te plaatsen. De computer is hiervoor nog wel populairder.

Geen leven zonder mobiel

Kinderen hechten veel waarde aan hun telefoon. Bijna 60% van de kinderen is het ermee eens dat je er niet bij hoort zonder mobiel. Bijna de helft heeft zijn telefoon zelfs ‘s nachts aan en in de buurt. Volgens Remco Pijpers, directeur van Mijn Kind Online, is de mobiele telefoon niet meer weg te denken uit het dagelijks leven van kinderen en mobiel internet hoort daar steeds meer bij: ‘Met 8 jaar heeft al een kwart van de kinderen een mobiele telefoon. Vier jaar later, wanneer ze naar de middelbare school gaan, hebben ze er allemaal een, steeds vaker met internet. Door het mobiele internet is het voor ouders echter lastiger geworden toezicht te houden op wat hun kinderen zien en doen op hun telefoon. Terwijl het wel heel belangrijk is kinderen te leren hoe ze bewust en veilig met hun mobiel omgaan.’

Mobiel wordt er (nog) niet veel gepest, online wel

De jongeren is ook gevraagd naar negatieve ervaringen via hun mobiele telefoon. Hierbij worden onder andere onbedoelde kosten genoemd: één op de vijf kinderen heeft wel eens geld uitgegeven door per ongeluk een app te kopen of een abonnement af te sluiten voor ringtones, sms-diensten of spelletjes. Sommige jongeren heeft dat meer dan 100 euro gekost.

Pesten via de mobiele telefoon komt nu (nog) relatief weinig voor (8%). Uit een ander onderzoek van Digibewust onder ruim 1.000 jongeren tussen 11 en 16 jaar blijkt echter dat 25% van de jongeren wel eens online is gepest. Variërend van gehackt worden, tot doodsbedreigingen die worden verspreid via social media. Bijna 40% van de onderzochte jongeren gaf in het onderzoek aan ‘heel verdrietig of zelfs depressief’ te zijn geworden van online pesterijen. Nog eens 30% ‘kon wel janken’.

Vroeger was je thuis tenminste nog veilig voor je bullebakken, online en via social media gaat het 24/7 door. Ze zitten thuis op je bureau, je neemt ze mee in je broekzak en ze liggen op je nachtkastje. De daders zien niet meer direct de gevolgen van hun dader en zijn daardoor wellicht nog harder ook.

Leraar kan en wil nog niet met social media werken

Best shocking om dan in de krant te lezen dat de weerstand onder docenten om te werken met social media ‘alarmerend groot‘ is. Een landelijke adviesorganisatie voor het onderwijs heeft berekend dat slechts 15 procent van alle leerkrachten belangstelling heeft voor sociale media.

Dat betekent dus dat 85% van de docenten geen idee heeft waar leerlingen zich mee bezig houden!
Nu kreeg ik op de middelbare school ook nog les in Letterperfect 5.1, terwijl de rest van de wereld al lang over was op Microsoft Word, dus dat docenten niet altijd voorop lopen, is van alle tijden. Maar het lijkt me toch dat dit ontwikkelingen zijn waar je als leerkracht op zijn minst in bij moet blijven.

Telefoons op school verboden

De regels op school werken helaas ook niet altijd mee. 1 op de 10 kinderen moet het mobieltje bij binnenkomst inleveren, op bijna alle scholen moet de telefoon uit of op stil staan tijdens de lessen. Enerzijds is dat niet erg. Als je je telefoon niet kunt gebruiken, kan er ook niets misgaan. En het scheelt een hoop concentratieproblemen in de klas, dat snap ik ook. Maar er wordt ook niets gedaan met de mogelijkheden. De telefoons worden nauwelijks ingezet voor educatieve toepassingen tijdens de les, slechts 3% van de kinderen zegt dat dit wel eens gebeurt.

Ik vraag me dan af of ‘mobiele’ onderwerpen en social media dan wel besproken worden? Komen de voor- en nadelen van het gebruik aan bod? Is de veiligheid van mobiel internet en apps een gespreksonderwerp? Of hoe je je bewust wordt van je privacy op internet, wat je wel en niet online moet zetten, al dan niet openbaar?

Mobiele eenheid in de klas

Gelukkig zijn er ook docenten die wel aan de slag gaan met de integratie van mobiele telefonie en social media in hun lessen. Een korte ronde langs scholieren in mijn omgeving, zoeken op internet (onder meer Frankwatching) en wat brainstormen met mezelf, leverden al gauw de volgende toepassingen op:

  • Maak een libdub met je leerlingen in plaats van een traditionele musical.
  • Geef groepjes een onderwerp en laat hen in een Facebookgroep foto’s en informatie plaatsen.
  • Twitter het huiswerk en laat leerlingen vragen stellen met een bepaalde #hashtag.
  • Blog voor de ouders, zodat zij kunnen meekijken met wat hun kinderen doen.
  • Ga de discussie met je leerlingen aan over privacy, bespreek do’s & don’ts.
  • Leer leerlingen presentaties maken met Prezi en samenwerken met Google Docs.
  • Laat leerlingen een verslag maken van een schooluitje via Storify.
  • Laat leerlingen in ‘social talk’ een opstel schrijven en vertaal dit samen in correct Nederlands.
  • Gebruik YouTube-video’s in de les ter illustratie van lesonderwerpen.
  • Betrek leerlingen in het beheer van de social-mediaprofielen van de school.
  • Vervang de schoolkrant door een blog (of ander social-mediakanaal) met een online redactie.
  • Verzin een aardrijkskundeles waarin leerlingen gebruikmaken van Googlemaps.

Nog meer ideeën en tips

Onderwijsjournalist Erno Mijland publiceerde al eerder het ideeënboek ‘Social media in het onderwijs. Hier staan 17 verzamelde lesideeën in. Voor leerlingen jonger dan 13 jaar geldt op sommige social-mediaplatformen dat zij nog geen account mogen aanmaken. Docent Erwin Klaasse zette op zijn blogsite ‘Zonder Account‘  allerlei handige tools op een rij waar je geen account voor nodig hebt.

Ben jij docent en heb jij nog andere ideeën? Of vind jij dat er goede redenen zijn om social media en mobiele telefoons buiten de les te houden? Dan ben ik benieuwd naar je reactie!

0 Shares:
14 comments
  1. Ze zijn er nog, de leerlingen die niet aan social media doen. Moet je ze daartoe verplichten door huiswerk op Twitter te zetten en lessen aan te bieden via een Facebookgroep? Als je dat doet, is een discussie over privacy en verstandig internetgebruik (op zichzelf een nuttig onderwerp voor een paar lessen maatschappijleer) meteen een gepasseerd station.

    '(Bijna) iedereen doet 't, dus moet 't ook op school' is geen sterk en een nogal naïef argument. De vraag die je je vooraf moet stellen: houd je het onderwijs binnen de muren van de school of wil je er via social media een openbare aangelegenheid van maken? Maar daar gaat de discussie zelden over, ook niet toen Erno Mijland op bezoek kwam op de school van mijn zoon.

    Schoolbestuur, docenten en ouders bleken toen nauwelijks stil te staan bij deze wezenlijke vraag, sterker nog, ze beseffen niet eens het principiële belang ervan. Dus het is eigenlijk wel prettig om te horen dat zo veel docenten (al is 't uit onkunde) geen trek hebben in social media. Des te minder wordt er intussen gewoon maar wat gedaan, zonder goede afspraken vooraf waar alle docenten, leerlingen en ouders zich in kunnen vinden.

  2. Goed om hier aandacht aan te besteden. Online en sociale media moeten op school geïntegreerd worden, zodat de risico's ervan kunnen worden beperkt. Bovendien bieden online media veel mogelijkheden is lesmethoden, extra tools zoals jij al beschreef.

    Wel vind ik dat de kracht van "internet" en de gevaren hiervan nog zeer onvoldoende bij de leerlingen door is gedrongen, daar ligt ook een belangrijke taak van docenten. Het idee van het eeuwig rondslingeren van data op internet en de consequenties daarvan, blijft onvoldoende belicht. Privacykwesties dus. Maar ook de verschrikkelijke gevolgen van cyberpesten zoals bij de bangalijsten, dienen besproken te worden. En veel docenten lopen hier nog in achter inderdaad. Zij moeten daarom ook opgeleid en getraind worden.

    1. Ik hoor altijd mensen over gevaren van het internet. Welke gevaren zijn er dan op internet die er in het echte leven niet zijn?

        1. Dat is lekker vaag zeg, belastende content. Uitzonderingen dus, die ook geen echt gevaar zijn. En wat is belastende content?

          1. Er spreekt nogal wat naiviteit uit je vraag. Belastende content kan van alles zijn. Dronken foto's op feestjes is een veel gebruikt voorbeeld, maar denk aan de bangalijsten, medische gegevens, persoonlijke gegevens, locatiegegevens eigenlijk alles wat op een later moment tegen je gebruikt kan worden. Alles kan aangegrepen worden door cyberpesten, cybercrime of belastende informatie als je wil solliciteren. De gevolgen kunnen groot zijn maar zijn in een vroeg stadium niet altijd voor iedereen duidelijk.

            1. Naïeve vragen stel ik in de regel als ik geen goed antwoord krijg. Kennelijk leer je snel, want nu heb ik wel een normaal antwoord. Als er eentje weet wat er te halen is op het internet dan ben ik het overigens, maar dit terzijde.

              Je gooit de boel heel makkelijk op een grote hoop, waardoor het lijkt of internet een groot gevaar is voor de mensen die zich erop begeven. Zo zijn medische gegevens van een heel andere orde dan bangalijsten. Persoonlijke gegevens tegenover locatiegegevens evenzo. Het ene wordt zelf verstrekt, het andere komt online nadat er gelekt is, en het andere omdat de mensen zelf onvoorzichtig zijn. Cybercrime is al helemaal van een andere orde en hoort niet in je rijtje thuis. 
              De grote vraag in deze is echter: hoe erg zijn al die toestanden die je noemt nou echt? En: is het erger dan in een tijd dat er geen internet was? Om concreet te zijn: is cyberpesten echt erger dan dat het ouderwetse pesten was? Gaven mensen hun pincode vroeger wel als er in een brief om gevraagd werd, en nu per mail niet? En wat deden de leraren voordat er internet was aan pesten? Als dergelijke vragen beantwoord zijn dan weten we pas echt hoe groot het probleem is, en of er wel een probleem is.

              Daarbij vind ik dat onbelangrijke, en vrijwel niet voorkomende shit als bangalijsten juist door lieden niet bekend zijn met het hele internet en die onder elke (internet)steen een gevaar zien. Die hele toestand ging via Twitter viral. Dat terwijl men nog nooit zo'n lijst had gezien en zelfs iemand werd opgepakt vanwege wat humor over die lijsten. Later bleek zelfs de zelfmoord van het betreffende meisje niets te maken te hebben met een bangalijst. Conclusie: een hoop gelazer om niets, omdat mensen gewoon niet weten waar ze het over hebben. Veel leraren vallen kennelijk ook onder die categorie. Iemand roept iets, iedereen volgt. En de bangalijst is ineens de grootste dreiging van Nederland.  En moeten die onze jeugd leren over de geneugten van het internet? Ik mag toch hopen van niet.

  3. Herkenbaar zowel als docent en als vader. Het resulteert in de les dat je soms als docent gecontroleerd wordt of feedback krijgt omdat leergierige studenten dat wat je vertelt opzoeken. Ook als ik ze dat ik op een bepaald onderwerp nog op terugkom dan heeft de student het antwoord soms al op internet gevonden

  4. Wat goed dat vooral de mogelijkheden van telefonie, internet en social media aan bod komen in dit stuk. Een waarschuwend vingertje zien we al te vaak.

  5. Ben het helemaal met de tips eens. Bij ons op school (ROC Gilde Opleidingen, Recreatie) wordt al veel met social media gedaan. Onze leerlingen hebben een 'flashdub' (libdub en flashmob in 1) gemaakt en we werken al met hyves en facebook. Leraren: open uw ogen en ontdek de grote mogelijkheden van de social media!

  6. Breng ook eens een bezoek aan http://ICT-idee.blogspot.com
    Bijna 100 lestoepassingen aangaande web 2.0 toepassingen op een rij.
    Voor elk wat wils.
    Stap voor stap uitleg aanwezig.
    Dus ook goed bruikbaar voor docenten die nog niet zo bedreven zijn.

Comments are closed.

Dit artikel is 6.464 keer gelezen