hand met penWat weet ik nog van schrijven op school? Ik zie nog voor me hoe we de schrijfletters leerden door ze te kopiëren vanaf het bord. En hoe ik in mijn schrift oefende met het persen van de letters tussen twee en soms drie lijntjes. Toen we dat min of meer onder de knie hadden, begon het echte werk: schrijven van teksten. Maar vanaf dat moment kan ik me er een stuk minder van herinneren.  Ja opstellen schrijven,  dat weet ik nog wel,  met uitdagende onderwerpen als ‘Mijn vakantie.’

Hoe ging dat? Ik nam mijn schrift en begon aan de eerste zin. Na een minuut of tien stond er zoiets als:

We gingen kamperen. We stonden op een veld met allemaal andere tenten. Er was een zwembad en een kantine waar je kon flipperen. En we deden mee aan het voetbaltoernooi. Ik kreeg een nieuwe bal, want mijn oude was lek. En op het laatst regende het veel, dus toen zei me moeder laten we maar naar huis gaan en toen hebben we alles weer ingepakt en gingen we naar huis. Dat was mijn vakantie.

Zware klus

Dat waren tien zware minuten, want na elke zin moest ik lang denken over wat ik nog meer zou kunnen schrijven. ‘Klaar!’ riep ik waarschijnlijk na de laatste punt. De meester nam het in, veranderde ‘me’ in ‘mijn’, voegde een punt of  komma toe, en wilde ook ‘en toen’ doorstrepen, want dat hoorde niet. Hij liet het toch maar staan, want een alternatief schoot hem niet te binnen. Vermoedelijk kreeg ik een hoog cijfer want er stonden geen spelfouten in.

Waarom kwam ik, net als mijn klasgenoten, met zo’n nietszeggend verhaal? Omdat we niet wisten waarom we schreven en ook niet voor wie. Ja, we schreven natuurlijk omdat de meester zei dat we moesten schrijven. Maar  we wisten ook wel: die meester was helemaal niet geïnteresseerd in onze vakanties. Want zijn rode pen kende alleen de standaardzinnetjes ‘niet steeds en toen’, of ‘meer vertellen’, maar nooit ‘wat een leuke vakantie!’ En wat helemaal vreemd was, hij vond wel dat je meer moest vertellen, maar je kreeg je opstel niet terug om dat te doen. Ook liet hij niet zien of legde hij niet uit hoe je meer kon vertellen. Trouwens, waarom zou je meer vertellen? Dan was je nog langer bezig en het was al zo saai.

Doel? Publiek?

Had de meester ons toen maar schrijfopdrachten met een echt doel gegeven, en met een publiek dat we zo konden uittekenen. Dan waren we echt aan de slag gegaan. Helaas, het zat er niet in. We hadden briefjes aan elkaar kunnen schrijven, of aan leerlingen uit andere klassen. We hadden stukjes voor een klasse- of schoolkrant kunnen schrijven. We hadden een kort toneelstukje kunnen maken of liedjes voor de musical. Of hij had ons gekke opdrachten kunnen geven als: Wat zijn overeenkomsten en verschillen tussen je schrift en je pen? Het gebeurde niet.

Digitale wereld

Hoe is het anno 2011 gesteld met het Schrijfonderwijs? Die opdracht Schrijf een opstel met de titel ‘Mijn vakantie’ zal nog wel voorkomen. Maar eh… het kan toch haast niet anders dan dat de meesters van nu (de juffen dus)  kinderen ook via internet laten schrijven? Laat ze mailen, een bericht op een forum zetten of beantwoorden, bloggen, een site beginnen met klasse-gedichten. Of laat ze artikelen schrijven voor Wikikids en multimediale posters maken op Glogster voor een goededoelenactie. Kansen volop. Doelen en publiek in overvloed.

Beste juffen en meesters van Nederland. Op zoek naar schrijfopdrachten met een doel en een publiek? Gebruik de digitale wereld.

0 Shares:
2 comments

Comments are closed.

Dit artikel is 3.928 keer gelezen