Ik ben een ontwikkelaar van leermiddelen. Dat betekent dat ik opzetten van lesmaterialen bedenk, teksten schrijf, opdrachten maak, handleidingen vervaardig.

Jarenlang betekende dat eerst een of meer jaren ploeteren: vele, vele Worddocumenten vullen, testen op proefscholen en samenwerken met  illustratoren, vormgevers en uitgevers om na lange tijd de boeken, mappen en werkschriften in ontvangst te nemen. Die konden scholen dan vervolgens aanschaffen om ermee aan de slag te gaan.

boek waaruit letters wegvliegen

Tegen de tijd dat leerlingen poppetjes in jouw tekst tekenden of zich op zaten te winden over jouw onnozele opdrachten, was je al lang weer met een ander project gestart. Je kreeg wel eens wat te horen over de gebruikerservaringen, maar dat was hoogstens een leraar die je eenmaal per jaar op een congres tegenkwam. Je had dus eerst een project – ontwikkeling – en daarna een product: boek, map, werkschrift.

Dat was.

Projuct

Maar nu. In mijn huidige project maken we in teamverband leesteksten die zich baseren op actuele gebeurtenissen. Bokito ontsnapt? Tekst over Bokito. Zeilmeisje in het nieuws? Tekst over zeilmeisje. Kinderboekenweek? Tekst over Kinderboekenweek. Ik ga hier geen reclame maken dus noem het project -tuut-. De teksten met bijbehorende lesmaterialen maken we op maandag, ’s avonds staan ze op onze website, dinsdag worden ze door scholen gedownload. Leerlingen werken nog diezelfde week met het materiaal. Logisch want anders is de actualiteitswaarde verdwenen. Het eerste grote verschil met vroeger is dat project en product helemaal zijn samengesmolten. Ik weet niet hoe dat heet, maar ik stel voor: projuct?

Aan tafel

Daarmee houden de verschillen niet op. Gebruikers zitten nu als het ware bij ons aan tafel. We hebben een forum op de site waar veel gebruik van wordt gemaakt. Niet eens omdat ze willen klagen over iets dat ze niet goed vinden aan -tuut-, maar vaak genoeg om hun enthousiasme over het product te beschrijven. Zowel van leraren als van leerlingen.

Een social media expert zou zeggen: zie hier, waarde lezers, het functioneren van een community. Dat forum is één ding, maar we weten allemaal welk speeltje er de laatste jaren bijgekomen is: twitter. Leerkrachten die twitteren komen er steeds meer, dus ook docenten die -tuut- gebruiken. En die laten dus via honderdveertig tekens ook weten wat ze van -tuut- vinden. Toen ik daarachter kwam, wist ik niet hoe snel ik in Tweetdeck een zoekkolom aan moest maken die alle tweets met -tuut- liet zien.

Die leraren liepen trouwens voor op hun leerlingen. Want pas sinds een half jaar zie ik dat ook leerlingen aan het twitteren geslagen zijn. Ik zeg het eerlijk, ik kan hun scholierendialect niet altijd volgen, maar als er een zegt dat ze vandaag een ‘kk toets’ kregen van -tuut-, dan is het wel duidelijk. Op die tweet antwoordde ik vanaf mijn -tuut-twitteraccount: ‘Die hebben wij gemaakt;)’. Waarop zij weer antwoordde: ‘Wees er niet trots op!’ Dit is niet alleen maar een lollige anekdote, want het leidde ertoe dat we in het ontwikkelteam nog even over de kwaliteit van onze toetsen gesproken hebben.

Ik wil maar zeggen: dat we nu als ‘producent’ van onderwijsmateriaal in real-time contact staan met onze gebruikers, dat had ik nooit kunnen bevroeden.

0 Shares:
1 comment
  1. Mooi is dat inderdaad, dat je nu veel makkelijker en sneller feedback krijgt over je producten. Het gat tussen degene die het maakt en degene die het afneemt is veel kleiner geworden en zo kan je veel sneller inspelen op de vraag. Leuk!

Comments are closed.

Dit artikel is 3.012 keer gelezen