Lees hier deel 2

Ooit las ik een boek van Tonke Dragt over de planeet Venus. Het boek ging over de wetenschapper Edu die naar de planeet Venus reist om daar onderzoek te doen. Eenmaal daar legt hij contact met de bewoners van Venus. De wezens blijken met elkaar te communiceren door gedachten te lezen. Een concept dat mij als kind grenzeloos fascineerde. Avond aan avond dacht ik na over hoe de wereld eruit zou zien als ik de gedachten van anderen kon lezen en de anderen die van mij.

mindereader

Net iets meer dan 20 jaar later is die gedachte niet langer puur theoretisch. Niet omdat ik bij mezelf lang verborgen telepathische talenten heb ontdekt. Maar omdat het internet het mogelijk heeft gemaakt voor haar gebruikers om de gedachten van anderen te kennen. Via blogs en allerlei andere social media liggen de gedachten van internetters voor het oprapen. Maar mensen zijn nooit alleen maar internetter. Mensen zijn naast weblogger of Twitteraar ook man of vrouw, moeder of vader, werknemer of werkgever, vriendin of vriend, hockeyer of korfballer, ondernemer of loonslaaf.

Onrust

Maar eerst even terug naar dat boek van Tonke Dragt. Al peinzend over die toen nog niet-bestaande wereld en de implicaties die het met zich meebracht kon ik enige onrust niet onderdrukken. Al mijn gedachten te lezen voor een ieder die in mijn buurt was.

Het is alweer enige tijd geleden dat ik het boek las, maar ik kan me volgens mij herinneren dat een aantal van de spelers in het boek krankzinnig werden van de naaktheid die hun leesbare gedachten met zich meebracht. Toen al had ik er zo mijn ideeën over. En nu toen ik er laatst over nadacht moest ik concluderen dat die ideeën eigenlijk niet zijn veranderd.

Controle

Communiceren in alle naaktheid vraagt een aanpassing van de mens. Wanneer we onder normale omstandigheden met elkaar communiceren zijn we gewend om vooral veel niet te zeggen. Om taal te gebruiken om zo onduidelijk mogelijk te zijn voor de ander en vooral bezig te zijn met de boodschap zo duidelijk mogelijk over te brengen voor onszelf.

Met andere woorden; we proberen controle uit te oefenen over de boodschap die we uitzenden. En in een wereld waarin onze gedachten alleen de onze zijn en we die alleen delen wanneer wij daarvoor kiezen, is dat op zich prima.

Controle kwijt

Maar in deze wereld van 2.0, blogging en continue digitale gedachtewisseling kunnen we onze boodschap niet meer zo controleren als we voorheen deden. Waneer je Twittert heb je het niet alleen tegen de mensen die jou volgen. Je hebt het in principe tegen de hele wereld.

En je zegt het niet alleen nu. Zoals een gedachte zich continue kan opdringen in je hoofd, blijft je Tweet staan en kunnen mensen middels zoekmachines daar toegang toe verkrijgen.

Grenzen vervagen

Nu kan je daar natuurlijk op reageren door geen gedachten meer te delen op het web. Alles afgesloten, anoniem of in elk geval een (groot) deel. De vraag is of dat haalbaar is en misschien zelfs of dat wenselijk is. Het internet is inmiddels een integraal onderdeel van het leven van veel mensen (in elk geval in Nederland).

De grens tussen on- en offline vervaagt steeds meer. Waar de trend vroeger was om anoniem deel te nemen aan het internet, is dat aan het veranderen naar een online wereld waarin mensen gewoon weer zichzelf en geen persona zijn (althans niet méér een persona dan ze offline zijn). Het is niet voor niets dat online branding, identity management etc. steeds populairder worden. Het anonimiseren van je online leven is voor veel mensen moeilijk te handhaven en staat gelijk aan het leiden van een soort dubbelbestaan.

Nee, volgens mij moeten we de rol van het internet in het dagelijkse bestaan gewoon accepteren. Tegelijkertijd moeten we ons realiseren dat we communicatie voor een deel moeten herevalueren.

Niet grenzeloos

Maar wat is die herevaluatie dan? Enerzijds moeten we onszelf leren begrenzen. Ja, we zijn naakter dan voorheen, maar dat neemt niet weg dat we ook binnen onze naaktheid gêne kunnen voelen. Oftewel: naakt betekent niet grenzeloos. We zullen moeten leren omgaan met het idee dat anderen in ons hoofd kunnen kijken en dat zonder dat we het expliciet weten en zonder dat ze dat kenbaar maken ook gewoon doen.

We zullen ons dus met andere woorden moeten realiseren dat mensen ons “horen” hoewel we niet met ze praten. En dat de zaken die we “zeggen” op elk willekeurig moment – contextloos bij die anderen binnen kunnen komen. We zullen rekening moeten houden met de oneindigheid van de informatie op het net en de minimale controle die we hebben op hoe mensen het tot zich nemen.En met dat in het achterhoofd moeten we onszelf regels opleggen.

Verbieden is zinloos

Anderzijds is er de ander. De werkgever, de vriendin, de mensen van de hobbyclub of soms zal jijzelf de ander zijn. Maar laten we hier uitgaan van de werkgever. De zakelijke component in je leven. De enige die een poging zal wagen (als hij dat al doet) om je het delen van je gedachten te verbieden middels regelgeving. Anderzijds is er dus die werkgever. Zijn eerste reactie is vaak een verbod. Een Pavlovreactie: hij is de controle kwijt en het eerste middel waar hij naar grijpt om die terug te krijgen is het ver- of gebod.

Maar dat werkt niet. De deur is opengezet en dicht zal hij niet meer gaan. Hij zal zich moeten realiseren dat dit de nieuwe wereld is en dat hoe hard hij er ook tegen vecht, hij uiteindelijk het onderspit zal delven. Een beter idee voor die werkgever is om zijn werknemer te helpen om dat delen van zijn gedachten in goede banen te leiden. Richtlijnen op te stellen in plaats van verboden die de werknemer kan toepassen zodat het risico op feitelijke negatieve gevolgen minder groot wordt.

Ik zeg “feitelijk” omdat het niet leuk vinden van iets een gevolg is waar je in elke situatie risico op loopt. Feitelijk betekent aantoonbare negatieve gevolgen. Smaad, het delen van vertrouwelijke informatie, gevolgen voor de samenwerking tussen collega’s: aantoonbaar en concreet dus.

Een nieuwe wereld, met nieuwe regels, nieuwe omgangsnormen en in sommige gevallen nieuwe problemen, die een nieuwe oplossing vragen. Maar ook een wereld die niet tegen te houden is. Een nieuwe houding vinden is nodig, vasthouden aan de oude tijdverspilling.

Lees hier deel 2

0 Shares:
8 comments
  1. Ik schrijf wel op het web, maar dat doe ik anoniem. Juist omdat ik niet wil dat mijn huidige werkgever of een toekomstige werkgever daar iets over mij kan lezen waar ik niet blij van word.

  2. Dat kan een keuze zijn. potentially is dat alleen wel jammer. Jongeren van nu groeien nog meer dan ik op in een wereld mét internet. De kans dat dit een steeds grotere issue wordt is groot. aan de andere kant begrijpen bedrijven steeds meer dat dit niet alleen een risico is, maar ook een kans. Een kans om al die mensen die voor je werken als ambassadeur op te laten treden. En dat kan mooi en positief uitpakken.

  3. Superinteressant onderwerp vind ik dit. Ik heb zelf ook een tijdje geworsteld met dat hele anoniem of niet-gedoe. Vond bijvoorbeeld dat het onprofessioneel was als mijn opdrachtgevers zouden weten dat ik een weblog had. Het was een paar jaar geleden ook nog veel normaler om jezelf alleen onder je voornaam of nickname te presenteren. Inmiddels is juist omgekeerd: je gebruikt internet ook om jezelf in de kijker te spelen en dat werkt niet zo goed als je jezelf stug Webknurft oid blijft noemen. Het duurde bij mij ook wel even voor ik me realiseerde dat voor iemand van wie 't werk bestaat uit schrijven en internet het juist geen schande is om een weblog te hebben. (En voor alle andere mensen ook niet trouwens.) En dat ik ook nog serieus word genomen ook al schrijf ik naast mijn werk stukjes over mijn priveleven. Maar denk dat veel werkgevers deze ontwikkeling nog moeten doormaken. Terug te draaien is deze ontwikkeling niet meer, inderdaad, met alle sociale netwerken die uit de grond gestampt worden. Dus kun je hopen dat je medewerkers er netjes mee omgaan, maar het lijkt me inderdaad nog slimmer om er een setje goede richtlijnen voor op te stellen.

  4. Ik snap die behoefte om anoniem te zijn ook niet zo. Zeg je dan zulke schokkende dingen op internet dat de echte wereld ze niet mag weten? Dan moet je jezelf afvragen of je misschien ander dingen moet zeggen op internet óf dat je misschien andere omgevingen moet zoeken irl.

    Bovendien: Een beetje werkgever hoort echt wel in te kunnen schatten waar op internet je een bepaalde uitspraak doet. Eenw erkgever snapt immers ook dat je op een feestje anders bent dan bij een klant. Hetzelfde geldt op internet.

  5. Zeker interessant onderwerp.

    Ik snap die behoefte om anoniem te zijn wel. Zelf kies ik er voor om semi-anoniem te blijven (alleen voornaam, onduidelijke foto), alhoewel dat de laatste tijd moeilijk vol te houden is… Niet omdat ik bang ben voor mijn werkgever, niet omdat niemand mag weten wie ik ben, maar omdat ik niet weet wat er over 10, 20 of 50 jaar met mij en mijn gegevens gaat gebeuren. Iedereen heeft er toegang toe, dus ook kwaadwillenden. En ook: in discussies, op fora, gaat het toch om de inhoud, om wat je schrijft, en niet zo zeer om wie je bent? Had er zelf ook al eens iets over geschreven trouwens.

    Mooi omschreven trouwens Xaviera, die ontwikkeling. Je bent duidelijk even op een afstandje gaan staan om te zien wat er aan de hand is, hoe de samenleving zich ontwikkelt. Dan vraag ik me nog wel af: hoe kan het dan toch zo zijn dat veel van mijn vrienden helemaal niets met het hele interactieve van het huidige internet hebben (ja, behalve Hyves) en dat ook de meeste jonge jongeren helemaal niet Twitteren en bloggen. Vraag me soms af of 'wij' internetlovers niet gewoon een eigen subcultuur zijn binnen het geheel.

  6. Aangezien ik mijn hele huidige carrière aan m'n weblog te danken heb, zou het dom zijn om anoniem te blijven. Mijn naam is dus all over internet en dat vind ik niet erg. Ik zorg er wel voor dat dat wat zichtbaar is precies datgene is wat ik wil dat mensen zien. Niet anoniem dus, maar wel met een strakke regie over wat er te lezen/zien valt. En ik blog over mijn zoon, maar die heeft een andere achternaam dan ik waar niemand verder achter hoeft te komen, dus blijft hij redelijk anoniem. Hij heeft er per slot van rekening niet voor gekozen op internet te 'zijn'.

  7. Inderdaad een interessant onderwerp. Ik vond het boek van Tonke Dragt overigens zeer cool. Misschien nog eens herlezen.

    Ik heb een beetje hetzelfde als wat Esther hierboven zegt. Ik vond het in het begin heel lastig dat ik mijn eigen naam als domeinnaam had gekregen. Maar nu ben ik er erg gelukkig mee – het heeft me geen windeieren gelegd. Ik pas er wel voor op niet al mijn hebben en houwen te publiceren. Al is dat soms nog best lastig!

Comments are closed.

Dit artikel is 14.360 keer gelezen