Teksten voor een website, maar ook voor een folder, gebruiksaanwijzing of nieuwsbericht, moeten helder en eenduidig zijn. De boodschap moet begrijpelijk zijn en elke vraag die de lezer zou kunnen hebben, moet beantwoord worden. Jargon is uitdrukkelijk verboden. Voor elk woord dat neigt naar ingewikkeld zoekt de gemotiveerde schrijver naar een eenvoudiger synoniem woord met dezelfde betekenis. Tot een paar jaar geleden noemden we dat helder taalgebruik. Tegenwoordig zeggen we dat we schrijven op B1-niveau.

Jargon

Typing on a White Computer Keyboard

De overheid besloot niet al te lang geleden collectief dat alle burgers overheidsuitingen moesten kunnen begrijpen en voerde B1 in. Briljant idee, natuurlijk. Ik zou bijna zeggen: dat ze daar niet eerder op zijn gekomen. Blijkbaar is het nog niet zo lang van belang dat de gemiddelde Nederlander snapt wat de bedoeling is van een belastingformulier of een brief van de gemeente. Hoe het ook zij, sindsdien heeft heel redactioneel Nederland het over schrijven op B1-niveau en kijkt daar heel gewichtig bij. Weinig mensen weten precies waar die B en die 1 voor staan en dat maakt de hele term al een contradictio in terminis. Of in B1: het is een beetje raar om jargon te gebruiken voor iets waarbij je geen jargon mag gebruiken.

Hurken

Niet alleen de overheid, maar ook het bedrijfsleven beseft nu dat je meer bereikt als je je doelgroep in heldere en logische taal toespreekt en heeft zich in de wereld van B1 gestort. Organisaties nemen allerlei initiatieven om zich die specifieke toon eigen maken. Bedrijven die op dat gebied cursussen en workshops aanbieden, schieten als paddenstoelen uit de grond. Niet alleen redacteuren, maar ook beleidsmedewerkers en juristen, allemaal moeten ze eraan geloven en leren schrijven op B1-niveau. Dat kan vaak al in één middag. Straks snapt iedereen in Nederland alle brieven en alle e-mails en is de wereld een stukje mooier. Toch bekruipt mij gevoel dat we met de B1-hype doorslaan. Dat het niet zoveel meer te maken heeft met helder communiceren, maar met het vrij autistisch toepassen van regels die niet altijd toepasbaar zijn. Er zijn grenzen aan versimpeling, maar die zijn we uit het oog verloren. Als we in een overtreffende trap op onze hurken konden zitten, zouden we met onze B1-teksten op ons hurkenst gaan zitten.

Briefing

Schrijven op B1-niveau betekent dat 95% van de Nederlanders je tekst kan begrijpen, zo gaat het verhaal. Dat is nogal wat. Dat zijn de marktkoopman, de gymnasiast, de kleuterjuf, de Turkse bakker, de systeembeheerder en de hersenchirurg bij elkaar. Als tekstschrijver ontvang je zelden een briefing waarin staat: de doelgroep is vrijwel iedereen. En als mij dat zou overkomen, zou ik de opdracht teruggeven. Want schrijven voor iedereen tegelijk, dat is onmogelijk, leerde ik als beginnend tekstschrijver. Maar nu we schrijven op B1-niveau geldt die regel blijkbaar niet meer. En omdat schrijven op het laagste en het hoogste niveau praktisch bekeken écht niet kan, komt het erop neer dat we het laagste niveau als uitgangspunt nemen. Als de domste Nederlander die we kunnen verzinnen begrijpt waar we het over hebben, dan zal alles wat daarboven zit het ook wel snappen.

Kleutertaal

Er gaat hier van alles mis. In de eerste plaats wil een laag taalniveau niet zeggen dat de lezer dom is. De marktkoopman die ik hierboven noemde, leest misschien nooit een boek, maar kan toch een slimmere ondernemer zijn dan jij en ik. Hij moet zich verzekeren, woont in een koophuis en heeft in hoogtijdagen drie of vier mensen rondlopen in zijn kraam. Hij heeft te maken met belasting, een hypotheek en zijn rechten en plichten als werkgever. Serieuze zaken, waarover we hem serieus moeten informeren. Want ook al leest hij slecht, hij voelt het haarfijn aan als we hem als een kleuter toespreken. En helder taalgebruik en kleutertaal liggen vaak benauwend dicht tegen elkaar. Het is onze heilige taak als tekstschrijver om die grens ertussen nooit te overschrijden. Doen we dat wel, dan kunnen we onze tekst eigenlijk net zo goed weggooien, want hij sorteert toch geen effect meer.

Leven uit de tekst

Nog belangrijker is dat een goede tekst in vrijwel alle gevallen meer moet doen dan alleen begrijpelijk zijn. Doelstellingen kunnen uiteenlopen van verleiden tot choqueren, maar zelfs als een tekst puur en alleen dient ter informatie kies je woorden en zinnen die de doelgroep op de een of andere manier in beweging krijgen. Want er moet altijd iets gebeuren met de lezer en daarvoor moet je hem raken. Een 16-jarige en een 76-jarige kunnen hetzelfde taalniveau hebben, maar een tekst die gericht is aan jongeren laat een bejaarde koud. En dat is goed. Wil je schrijven voor 95% van alle Nederlanders, dan betekent het dat je je teksten moet ontdoen van alle franje en gevoel: je haalt het leven eruit. En zo begrijpt misschien bijna iedereen wat je schrijft, maar is de leeservaring zo neutraal, dat niemand de behoefte heeft om door te lezen of de tekst te onthouden.

Rondedansje

Het is dus best lastig met dat B1. Begrijpelijke teksten kunnen maken voor heel Nederland op de hardcore analfabeten na, dat klinkt als een paradijs voor iedereen die de een of andere boodschap wil verspreiden. En sinds de verschillende taalniveaus in de praktijk worden gebracht, lijkt dat paradijs hier om de hoek te liggen. Zelfs de meest doorgewinterde jurist of beleidsmedewerker kan na een workshop van een middag zinnen maken waar je hersens niet gekneusd van raken. Dat op zichzelf is al reden genoeg om een rondedansje te maken voor B1.

Schwung

Maar ik wacht daar nog even mee. In de eerste plaats omdat ik vind dat B1-teksten zelf zo weinig schwung hebben dat er eigenlijk niks te dansen valt. Maar ook omdat ik het niet zo’n goed idee vind dat juristen en beleidsmedewerkers in een middag worden opgeleid om teksten voor het grote publiek te schrijven. Daar zijn wij tekstschrijvers toch voor? Laat die mensen lekker hun eigen juridische en beleidsmedewerkerachtige dingen doen, dan vertalen wij het allemaal wel naar heldere en doelgroepgerichte verhalen. Wij zijn daarvoor opgeleid en in getraind. Wij spreken de taal van de ICT-consultant, de student en de middenstander. Wij schrijven teksten die ze niet alleen begrijpen, maar die ook nog blijven hangen. Of dat nu op B1-niveau is of niet.

0 Shares:
4 comments
  1. Wat zou het fijn zijn als iedereen na een cursusje B1 goede teksten kon schrijven! Maar dat kan niet, want schrijven is inderdaad meer dan regels volgen en daar heb je gelukkig tekstschrijvers voor. Ik ben het dus met je eens: de regels van taalniveau B1 (o.a.: zinnen van gemiddeld 10 woorden, geen jargon, 1 boodschap per zin, actieve taal) garanderen geen goede tekst. Want een goede tekst heeft ook te maken met samenhang, ritme en logica.

    Maar toch, een neutrale (saaie), duidelijke tekst is nog altijd beter dan een onduidelijke tekst. Dit geldt vooral voor overheidscommunicatie. Die hoeft niet per se te blijven hangen, maar moet er wel voor zorgen dat de lezer weet waar hij aan toe is. Prima als dit met de B1-hype kan worden bereikt. Of als door de B1-hype het belang van duidelijke taal weer eens in het nieuws is.

    Trouwens, spreek je jezelf niet tegen in de laatste alinea: daar zeg je dat tekstschrijvers schrijven voor een groot publiek, terwijl je eerder zegt dat schrijven voor iedereen tegelijk onmogelijk is. Volgens mij is het de kunst teksten voor een brede doelgroep zo te schrijven dat (vrijwel) iedereen ze begrijpt, zonder kinderachtig te worden. En dan zijn de regels voor B1 handig, maar je moet ze niet te star toepassen.

  2. @sanne Het is uiteraard niet mijn bedoeling om mijzelf tegen te spreken, maar nu zie ik pas waar je het over hebt! Ik zeg inderdaad 'voor het grote publiek' maar daar bedoel ik mee: teksten die niet alleen bedoeld zijn voor hun collega's of managers. Ik blijf er bij dat het iedere tekst ten goede komt de doelgroep zoveel mogelijk te specificeren! (Dat is niet altijd mogelijk, dat snap ik wel.)

  3. Goed artikel! 

    Voor het kunnen schrijven van goede teksten is zeker meer nodig dan een training van 1 dag; ik denk daarbij ook aan soft skills zoals gevoel voor taal en jezelf kunnen verplaatsen in de doelgroep waarvoor je schrijft, je tone-of-voice kunnen aanpassen aan het bedrijf waarvoor je de tekst schrijft enz.

  4. Goed artikel, waarbij je een aantal zaken aanstipt die mij uit hart zijn gegrepen. Ik heb ook B1-trainingen mogen volgen en ik begrijp dat dit in sommige gevallen meer dan nuttig kan zijn. Overheden moeten ook mensen met een beperkte kennis van de taal kunnen informeren.

    Maar net als jij vond ik het ook een gruwel om in B1 te moeten schrijven. Enerzijds een uitdaging en een kunst om je zinnen zo te vereenvoudigen dat iedereen het kan begrijpen, maar anderzijds maakte het in mijn beleving een schitterende taal bijna dood. Teksten werden er zo steriel en overgesimplificeerd van, dat ik het echt niet mooi vond. Daarnaast hou ik meer van maatwerk en ik persoonlijk voel mij altijd wat geschoffeerd als ik in B1 door een bedrijf of overheid wordt aangesproken.

    Mijn conclusie is dan ook dat je als tekstschrijver over de skills moet beschikken om desgewenst in B1 te kunnen schrijven, maar dat een opdrachtgever moet bepalen of begrijpen of dat ook gewenst is. Doelgroep-gericht dus. Eigenlijk precies zoals jij dat ook vindt. 

Comments are closed.

Dit artikel is 7.622 keer gelezen