De afgelopen tijd staat Twitter behoorlijk in de belangstelling, dat kan niemand ontgaan zijn. Het begon allemaal met een relletje rondom minister van Buitenlandse Zaken Maxime Verhagen. Hij stuurde stiekem een foto van een bijeenkomst het wijde web in. Was Jan-Peter niet zo blij mee.

Maxime blijkt desondanks een trendsetter. Meer en meer politici slaan aan het twitteren, leuk, maar het kent ook zijn valkuilen.

Maxime Verhagen mag dan de eerste bekende politicus (BP’us?) zijn die elke dag trouw verschillende tweets rondstuurt, inmiddels is hij allang niet meer de enige. Een aantal van zijn collega’s, waaronder Alexander Pechtold, Arend Jan Boekestijn en Paul Tang, hebben het kunstje afgekeken. Door alle aandacht zien politici de potentie van nieuwe communicatiemedia. Twitter is populair omdat het een eenvoudige, directe en weinig tijdrovende manier is om online betrokken te zijn.

Direct contact

Kenmerkend voor deze manier van communiceren is het directe contact met de achterban. Met één druk op de knop komt een bericht bij twitteraars aan, zij reageren en een online gesprekje ontstaat tussen politicus en twitteraars. En het leuke is, de meeste twitterende politici geven echt antwoord.

Sinds mijn eerste twitterdagen volg ik Maxime Verhagen en ik moet zeggen, door zijn berichten krijg ik pas echt een goed beeld van de ongelooflijk drukke agenda van deze man. Daar kan je alleen maar respect voor hebben. Ook lijkt het ineens alsof je veel dichter bij ‘Den Haag’ zit, de informatie komt immers uit eerste hand. Wat dat betreft wordt de door de overheid zo gewenste betrokkenheid van burgers op deze manier echt vergroot.

Valkuilen

Het gebruik van Twitter kent echter ook een aantal valkuilen. Mensen verwachten persoonlijke berichten van politici en wensen hier ook op te reageren. Een aanpak van Geert Wilders, die alleen een soort persberichten laat twitteren en weinig tot geen berichten beantwoordt, is minder succesvol. Het is niet de ‘echte’ Geert Wilders achter de knoppen en daarom minder interessant.

Door het informele karakter van Twitter ligt ook het gevaar op de loer dat politici even vergeten dat zij op Twitter nog steeds politicus zijn, en geen privépersoon. Grappig bedoelde opmerkingen zijn openbaar en kunnen dus verkeerd uitpakken. Dat bleek afgelopen weekend wel toen VVD’er Arend Jan Boekestijn tijdens een discussie over het aantal slachtoffers door Mao een wat lage schatting maakte en vervolgens opmerkte: “Ja ik zie wel eens een spleetoog over het hoofd, het zijn er zoveel!”. Op zijn minst is dit tactloos te noemen..

Opmerkelijk: Arend Jan heeft de opmerkingen inmiddels allemaal verwijderd. Hij komt er desondanks, terecht, waarschijnlijk niet onder uit publiekelijk zijn excuus te maken. Zoals op Twitter al werd gezegd: in de VS betekenen dergelijke opmerkingen het einde van een carrière.

Het is dus van groot belang dat politici beseffen dat zij ook op Twitter ‘on the record’ spreken en opmerkingen zich razendsnel verspreiden. Om hen hierbij te helpen is een Handreiking Online Gedrag opgesteld, een vertaling van een document uit Groot-Brittannië. Het bestaan van deze handreiking geeft aan dat het fenomeen in Groot-Brittannië al wat meer is ingeburgerd.

KamerTweets

Hetzelfde land is de oorsprong van een ander goed idee. De nieuwe website KamerTweets is een kopie van het idee achter het Engelse TweetMinster, een heldere website waarop alle twitterende politici te vinden en te volgen zijn.

Ook in Amerika is iets dergelijks gestart: Tweetcongress. Naast de tweets die de website direct weergeeft, is allerlei statistische informatie te vinden. Zo is in één oogopslag te zien welke politicus het meest gevolgd wordt of welke het meest actief is op Twitter.

Is jouw favoriete politicus nog niet aan het twitteren geslagen, dan kan je hem of haar via de website uitnodigen. Interessant is dat op het moment de Republikeinen een voorsprong nemen op de Democraten, wat Twitter betreft. Zou dat komen omdat zij iets in te halen hebben na afgelopen verkiezingen?

De Nederlandse variant is sinds enkele weken in de lucht. Op het moment zijn alleen twitterende Tweede Kamerleden te volgen, wellicht breiden de initiatiefnemers dit in de toekomst nog uit met Europarlementariërs en gemeenteraadsleden. Het is in ieder geval een mooi startpunt om je Twittercontacten uit te breiden, want het klinkt toch leuk: “Ik heb vandaag nog even met de minister gesproken”.

 


Geschreven door