appeltjeVandaag las ik op AppleInsider dat Apple weer eens wordt aangeklaagd. En weer gaat het om het gebruiken van gepatenteerde technologie. En weer is de iPhone het slachtoffer.

Dit soort rechtzaken zijn aan de orde van de dag. Niet alleen is Apple hier het slachtoffer van, vele andere ‘highflyers’ in de tech-industrie moeten juristen in dienst houden om dit soort juridische onzin het hoofd te bieden.

Ik noem dit juridische onzin omdat de redenen waarom rechtzaken over patentschending en onjuist merknaam gebruik worden aangespannen vaak of kortzichtig zijn of zelfs tegen de zin van de patenthouder zijn.

Patenten zijn een rekbaar begrip en bovendien een verkoopbaar product. Dit maakt het erg moeilijk om een precieze inschatting te maken of de nieuwe techniek al eens eerder door iemand is gebruikt en gepatenteerd. Net als de hypotheken tijdens de hypotheekcrisis, zijn de patenthouders nogal eens moeilijk te vinden omdat ze verborgen gaan achter allerlei vage ondernemingen en verleden transacties.

Met andere woorden: patenten en handelsnamen leven vaak in een soort grijs gebied en komen soms alleen tevoorschijn als er geld aan verdiend kan worden. Als een bedrijf een technologie gebruikt waar jij het patent op denkt te hebben dan wil je daar natuurlijk geld voor zien. Waarom heb je anders dat patent genomen? Ben je echter werkelijk geïnteresseerd in het bevorderen van je product dan zou je misschien in plaats van de juridische weg, de weg van de samenwerking kunnen proberen.

Gelukkig gebeurt dit ook en er zijn legio voorbeelden waarbij grote bedrijven als Google, Microsoft en Apple jonge ontwikkelaars in dienst nemen die hen aanspraken op het gebruik van hun idee. Vaak zijn juridische patent gevechten het gevolg van patent verzamelaars die hopen er een slaatje uit te slaan.

De andere kant van de medaille is dat je als eigenaar van een octrooi of handelsnaam verplicht bent je eigendomsrecht te verdedigen. Doe je dat niet dan verlies je geheel of gedeeltelijk het recht ze in de toekomst te verdedigen. Zo zijn er meerdere rechtzaken geweest om de Harry Potter franchise te beschermen waarvan goedbedoelende, jonge fans de pineut waren. Dit doet het erop lijken alsof J.K Rowling een feeks is die haar eigen fans haat.

Ik ken J.K. Rowling niet en misschien is ze wel een feeks maar dat baseren op het verdedigen van haar handelsnaam is niet juist. Ze had in deze geen keus. Sterker nog, sinds Warner Brothers de Harry Potter rechten heeft gekocht zal ze er hoogstwaarschijnlijk niks meer mee te maken hebben.

Wellicht zal ze knarsentandend hebben moeten toezien hoe haar jonge fans hun websites moesten sluiten. Hoe dan ook, als deze gevallen niet aangevochten worden, dan kan straks iedere grote filmmaatschappij Harry Potter spin-offs maken en daar grof geld mee verdienen.

Het ergste wat de slimmeriken dan kan overkomen is een vordering van een licentie bedrag wat waarschijnlijk in geen verhouding staat tot de winst. Vooral omdat ze voor langere tijd een licentie hebben verkregen die ze anders nooit hadden kunnen lospeuteren.

Patenten en handelsnamen moeten dus door hun eigenaren worden beschermd. Soms worden rechtszaken aangespannen op basis van vermeende schending, wat dan weer leidt tot discussies met ‘wie was er als eerste bij’ als thema. Het grote probleem is dat die procedures enorm veel tijd kost.

We weten allemaal dat een juridisch proces net zo vlot loopt als stroop in een vriesvak. Al die tijd komt de ontwikkeling van een product stil te staan. Grote bedrijven zoals Apple en Microsoft zijn niet de bedrijven om medelijden mee te hebben als ze aangeklaagd worden. Ze hebben goede juristen in dienst en het kapitaal om tot een schikking te komen. Bovendien zijn zij, mede door de beschermingsverplichting, zelf ook niet vies van het aanspannen van een juridisch potje bakkeleien. Breng maar eens een product uit met in de naam een kleine i gevolgd door een hoofdletter – bijvoorbeeld ‘iPudding, de overheerlijke appel yoghurt’ – en kijk hoe lang je op de markt bent. Ik denk dat je niet eens de tijd krijgt om de koe te melken.

Helaas zijn er een boel kleine bedrijven en open source ontwikkelaars die erg innovatieve producten proberen te maken maar door het patenten bos de originele bomen niet meer kunnen zien staan. En dat werkt uiterst remmend.

Soms vraag ik me af waar we op technologisch gebied zouden zijn als we daar iets makkelijker in waren. Ik begrijp dat er geld moet worden verdiend en dat je dus je ideeën wilt beschermen. Aan de andere kant zijn er voorbeelden hoe het anders kan:

Linux groeit en groeit, wordt steeds beter en gebruiksvriendelijker. Geld verdienen wordt, mede door de online revolutie, verschoven naar een ander moment in het leven van een product. Je geeft gratis je producten weg met de volledige vrijheid ze te gebruiken en zelfs aan te passen en verdient het geld op het moment dat je meerwaarde levert, bijvoorbeeld technische ondersteuning of zakelijk gebruik.

In feite gebeurde dit al door het illegale circuit: kent u Word perfect nog? Dat was nooit zo groot geworden in de zakelijke markt, als niet iedereen een illegale kopie thuis op de PC had draaien. En hoewel Microsoft het nooit zal toegeven: hetzelfde geldt voor Windows.

Linux begeeft zich nu ook op het mobiele vlak en Apple en Nokia moeten goed oppassen dat ze het spel voor blijven. Android, de commerciële tak aan de boom van de Open Handset Alliance is al een aardig eind op weg om een zeer slick operating system voor mobiele communicatie te worden. De kern van de software is volledig open source en door een ieder aan te passen en te gebruiken. Nu de hardware waarop het draait nog even goed krijgen, want de specificaties van de HTC hardware van de G1 zijn een tikje te licht voor de software die er op draait. Maar ook hier speelt een remmende factor door de patenten industrie: o wee als er een regeltje code in deze open source software staat die door Microsoft of Apple is gepatenteerd… dan zijn de poppen aan het dansen.

En zo houden we een rondedansje rond het kampvuur gestookt met patenten en merknamen. Terwijl we beter met z’n allen om dat kampvuur zouden kunnen gaan zitten, er een biertje bij pakken en gaan zitten brainstormen over spannende nieuwe technieken. Helaas in de wereld van de harde dollars is er maar zeer beperkt plaats voor idealisten.

P.S.

Zie ook artikel 57, lid 2 van de rijksoctrooiwet, 1995 voor de in Nederland geldende situatie. Kort door de bocht (zoals ik het lees, verbeter mij gerust): drie jaar een ander ‘toestaan’ je product te produceren betekent verplicht een licentie afgeven.

P.P.S

In het kader van ‘practice what you preach’: mijn boeken zijn gratis te downloaden van mijn site: http://www.noisepollution.nl. De meerwaarde zit ‘m in de gedrukte versies.


Geschreven door