kaneHet Internet heeft de gedrukte pers in een benarde positie gebracht. De beschuldigende vinger wijst onder andere naar de bloggers. Zij hebben met hun burgerjournalistiek de kranten mede om zeep geholpen.

De volgende stap is van de daken schreeuwen dat bloggers geen journalisten zijn en dat ze allerlei onzin uitkramen, iets wat een gerenommeerde krant nooit zou doen. Blogs slecht, kranten goed. Het klinkt als het gorgelend roepen van een drenkeling.

Het is waar dat een blogger alle vrijheid heeft om te publiceren wat zij/hij maar wil. Echter als een blogger wil dat het blog ook daadwerkelijk gelezen wordt en groeit dan is de blogger wel verplicht om kwaliteit te leveren. Geen lezers, geen blog; althans geen blog dat een bedreiging vormt voor de gedrukte pers. Laten we er dus vanuit gaan dat alleen de goede blogs een alternatief zijn voor een krant. Er blijven er genoeg over.

Gemak

Het kosten plaatje: dat staat in geen verhouding tot elkaar. Om een blog te publiceren heb je alleen een Internet verbinding nodig en laten we reëel zijn: wie heeft die tegenwoordig nou niet? Er zijn verschillende sites waar je gratis en voor helemaal niets een blog kunt beginnen. Bijvoorbeeld bij http://www.blogger.com of bij http://wordpress.com. En die blogs zien er absoluut niet beroerd uit. Wil je wat meer invloed op het uiterlijk en de werking van je blog dan zul je een klein beetje hardeschijf ruimte bij een Internet bedrijf moeten huren. Hosting heet dat. Dit bedrijf zal er voor zorgen dat wat jij op die harde schijf zet ook daadwerkelijk op het Internet te vinden is. Je kunt dan zelf de software installeren waar je het blog op laat draaien: WordPress, Typepad, MovableType en zo nog meer (google zoek resultaten). Deze software is gratis en de hosting hoeft niet veel meer dan €75,00 per jaar te kosten. Voor dat bedrag heb je dan je eigen blog onder je eigen domeinnaam (www.jouwnaam.nl bijvoorbeeld).

Duur

Om een krant bij de lezer te krijgen is heel wat meer nodig. Als systeembeheerder van een uitgeverij lag ik regelmatig midden in de nacht met mijn hoofd onder een stoffig bureau op een gore vloer computers uit elkaar te sleutelen. Dit terwijl een zwetende redacteur met trillende stem vroeg of de tekst waar hij net de halve nacht aan gewerkt had nog wel terug te vinden was. En of hij het over vijf minuten kon doorzenden want de deadline was al een uur geleden verlopen. En daar belde G%^&#$me de drukkerij alweer! Ik had dus in de eerste lijn te maken met de uitdaging van het uitgeven van een grote regionale krant en verscheidene kleine suffertjes. Na het betalen van de journalisten, redacteuren, eindredacteuren, hoofdredacteur, directie, opmakers, advertentiemakers, telefonisten, systeembeheerders, drukkers, vervoerders en natuurlijk de bezorgers blijft er niet veel meer over van die €75,00 per jaar waar je een blog voor publiceert. En wat heb je na dat enorm dure productie en distributie proces? Een krant die in het beste geval net geen dag achterloopt.

Hart voor de zaak

Het is waar bloggers zijn over het algemeen geen journalisten – hoewel er een paar gerenommeerde journalisten zijn gaan bloggen onder hun eigen naam en een online journalist kan nu ook de Pulitzer Prize winnen. Bloggers zijn wel snel, hun werk wordt democratisch be– en veroordeeld, ze zijn bevlogen en ze hebben hart voor de zaak want voor het geld doen het er maar weinigen.

Niet zakelijk

En wat is het mooie? Het maakt niet uit hoe de discussie over al dan niet journalistiek verantwoord bloggen loopt. We leven in een land waar vrijheid van meningsuiting een grondrecht is. Bloggen verbieden zou grondwettelijk een probleem zijn. Bloggen ‘is here to stay‘. De kranten hebben heel lang de tijd gehad om hun besmuikte lachje over ons bloggers te stillen en het Internet en haar mogelijkheden serieus te nemen. Nu is het misschien wel te laat. Een goed entrepreneur houdt de markt in de gaten en springt op wendingen in. De gedrukte pers heeft lijdzaam afgewacht en heeft nu een probleem, da’s gewoon een zakelijke misrekening. Overigens gaan steeds meer kranten de kant van het Internet op. Het probleem is dat ze nu moeten concurreren met een gevestigd gratis alternatief op hetzelfde platform. Hoe verdien je genoeg geld met een online krant als hetzelfde nieuws gewoon gratis voorhanden is? Adverteerders? Die zijn wispelturig en het is lastig om daar een betrouwbare inkomenstroom op te bouwen. Zoals nu blijkt nu de economie als een kaartenhuis in elkaar valt. De traditionele pers gaat een zware tijd tegemoet én ze hebben een achterstand in te halen én ze zijn een boel lezers kwijtgeraakt.

Wel of niet journalistiek is geen argument meer. Mensen lezen een blog omdat het blog hun bevalt. Dat de blogger met een kop thee achter de keukentafel zit en veelvuldig wikipedia raadpleegt in plaats van in een groot redactie kantoor met een archief aan research achter de hand ziet de lezer niet.

Interactie

Een niet te verwaarlozen factor in het groeien van blogs is het feit dat de lezer interactief kan deelnemen aan het artikel. Staat er onzin in dan kun je dat meteen melden bij de schrijver en de andere lezers. Vind je het juist erg goed dan kan dat ook gezegd worden. Heb je een gedachte toe te voegen: leef je uit. Op die manier ontstaat een betrokkenheid van de lezer bij het blog die door de gedrukte pers nooit behaald kan worden.

Romantiek

Moeten kranten dan maar verdwijnen? Nee, dat vind ik niet maar ik denk wel dat het gaat gebeuren. Ik vind een krant een Citizen-Kane-achtige romantiek hebben maar ik ben waarschijnlijk zo’n beetje de laatste generatie die dat vindt. Hoeveel mensen kopen over een paar jaar nog een krant of hoeveel betalen ieder kwartaal nog een abonnement? Waarschijnlijk te weinig om al die mensen die bij het productie en distributie proces betrokken zijn te betalen. Ik vrees dat voor nieuws, het Internet gewoon te goed werkt: Twitter voor het real-time-nieuws, blogs voor de verdieping; Twitter en blog reacties voor de maatschappelijke discussie. De gedrukte pers kan hier nooit mee concurreren. Zeker niet nu Internet ook op allerlei mobiele platforms begint door te dringen. Een typisch geval van “The times, they are a-changin.”


Geschreven door