lame-ringtoneIedere twee jaar is voor ons het einde van een telefooncontract in zicht. Dat betekent een nieuwe telefoon. Dit keer werd het voor mij een Nokia N82 en voor mijn wederhelft een iPhone. Waarom voor mij geen iPhone heb ik al eens over ge-blogd dus daar ga ik nu niet op in. Wat ik toen schreef is voor mij nu bij praktijk ervaring waar gebleken, gelukkig. Wat me echter opvalt is dat bij nieuwe mobiele telefoons in mijn omgeving – dus niet alleen in ons huishouden – de beltonen als eerste uitgezocht worden.

Al een paar telefoons lang heb ik dezelfde beltoon. Een zelf gemaakte ouderwetse bel die ik makkelijk herken. Toch ga ik de beltonen in iedere nieuwe telefoon even langs. En ditzelfde gedrag zie ik ook bij anderen.

Gebaseerd op deze uitermate wetenschappelijke waarneming moet ik concluderen dat beltonen – en het geldt allang niet meer alleen voor mobiele telefoons – van groot belang zijn. Waarschijnlijk appelleert deze eerste lijn van auditieve alarmering aan een primaire behoefte: de behoefte om prettig gestoord te worden.

Ik kan me de tijd nog herinneren dat er één telefoon in huis was. Deze telefoon hing aan de gangkast en ging zelden. Als er dan iemand belde was het voor een korte mededeling of voor het maken van een afspraak. Dit veranderde in de tijd dat er familie leden in het buitenland gingen wonen en het veranderde nog meer toen mijn zus en later ik in de pubertijd kwamen. De telefoon was dan tijdenlang bezet. Wat wel eens lastig was aangezien ook mijn computer(s) via een modem aan dezelfde telefoonlijn hingen. Bellen en een bbs bezoeken ging niet samen dus als mijn zus weer eens ellenlang aan de telefoon hing met vriendinnen kon ik niet verder met mijn Hobbit adventure waar ik in vast zat en nodig hints voor zocht. En ik weet zeker dat ik haar op dezelfde manier in de weg zat. Oh, de romantiek van die goede oude tijd. Iets wat mijn tiener neef en nicht nooit zullen kennen: die hebben allebei hun eigen telefoon en computer met Internet verbinding.

Deze oude telefoon hing al zo lang aan die gangkast als ik me kon herinneren. De bel zou ik nog steeds uit honderden herkennen. Het was het centrale punt waarvanuit de buitenwereld bereikt kon worden en ons bereikte zonder het huis te verlaten. In die tijd was de bel een soort alarm: triiiing, de buitenwereld zoekt contact!

Nu zijn er in ons tweepersoonshuishouden al vier, tijdelijk zelfs vijf telefoons in gebruik. Twee van deze telefoons kunnen bijna fungeren als kleine laptop. Dan staan er nog in verschillende ruimtes computers die ook ieder een eigen lijntje in het netwerk hebben. Een netwerk dat onafhankelijk van onze telefoons kan communiceren met de buitenwereld. Kortom: verbinding met de buitenwereld – en dan bedoel ik ook wereld – is niet bijzonder meer. Het is bijna een vereiste. Het is in ieder geval normaal.

Het is dan ook begrijpelijk dat we niet voor iedere roep om aandacht maarr één bel willen hebben. We zouden snel gek worden. Stel je voor dat ieder e-mailtje, sms-je, iedere tweet, iedere binnenkomende podcast, iedere software update enz. met een bel dringend om aandacht zou vragen: ik zou mezelf geen twee uur geven. De aandachtvragende onderdelen in ons leven hebben zich vermenigvuldigd als verveelde muizen in een bak kippenvoer. Daarom moeten de beltonen op vriendelijke wijze om aandacht vragen. Het alarm van de jaren zeventig is langzaam vervangen door een verzoek tot reactie, als het niet ongelegen komt.

De beltoon is een belangrijk onderdeel geworden van ons telefoongebruik. Behalve een enorm commercieel succes – beltonen verkoop is dalende maar nog altijd een grote markt – hebben beltonen ook een andere betekenis gekregen. Ze zijn gaan behoren bij het image van de gebelde. Ze moeten concurreren met en zich onderscheiden van vele anderen in dezelfde ruimte. Ze moeten volgens sommige niet irriteren. Volgens anderen blijbaar juist wel. Kortom: de beltoon is ondanks alle functies die de nieuwe generatie telefoons hebben nog steeds een van de belangrijkste aan te passen menuopties.

Triiiing, triiiing. Sorry, ik moet even de telefoon oppakken.


Geschreven door