Ooit las ik het boek “Torenhoog en mijlenbreed” van Tonke Dragt. Voor wie het niet kent: het gaat over een reis naar een andere planeet. De bewoners van deze planeet kunnen gedachten lezen. Maar dat zijn mensen van de aarde helemaal niet gewend. De meeste van hen worden dan ook letterlijk waanzinnig van het feit dat iedereen nu volledig in hun hoofd kan kijken. Slechts enkelen kunnen die openheid aan.

Science Fiction was dat boek, geschreven in 1969. We leven inmiddels in 2014. En nooit eerder was wat Dragt schetste zo dicht bij de waarheid.

Zaalvoetbal

Nog een keer terug in de tijd: mijn eerste vriendje. Elke zaterdag zaalvoetbalde hij met zijn vader en zijn ooms. Elke zaterdag ging ik (gewapend met een goed boek) mee en zat op de tribune. Deze voetballende heren zaten overdag op kantoor en zeiden bij conflicten dingen als: “Ik vind het heel onprettig dat je dat hebt gedaan.”

Niets van dat alles bij zaalvoetbal, daar gingen alle remmen los. Wie een bal liet glippen, kreeg van zijn team een scheldkanonnade over zich heen, waarvan de meeste verwensingen mij onbekend waren. En dit was de tijd vóór smartphones en Google. Ik moest dus maar raden wat voor ziektes er over en weer werden toegewenst.

Verschillende ikken

Dat was de tijd dat we onze verschillende sociale uitingen nog gescheiden hielden. Dat we een kantoor-ik hadden en een voetbal-ik. Een ik voor op bezoek bij oma en een ik voor op stap met vriendinnen.

Maar die tijd is voorbij. We leven steeds meer op de planeet Venus zoals die in het boek van Tonke Dragt wordt beschreven: leefbaar en vol telepathie.

Want oma is vrienden met ons op Facebook en de baas een contact op LinkedIn en de jongen van de voetbal zien jou nu ook belangrijk doen met je personal branding op Twitter, terwijl je vriendinnen lezen dat je claimt niet door de week te drinken als je moeder je er online naar vraagt.

De scheidslijnen tussen al je ikken is verdwenen. Is dat erg? Ja en nee.

Plussen en minnen

Je zou zeggen dat openheid een plus is. De basis voor een “echte” relatie met de mensen om je heen. Een reden om eerlijker tegen elkaar te zijn en elkaar met open vizier tegemoet te treden. En deels is dat misschien ook wel waar. Meer dan ooit weten we dingen van elkaar die onze moeder tot een vrouw maken (en niet alleen een moeder) en onze vader tot iemand die ook jong is geweest en het soms nog is (en niet alleen de vader die jij kent).

Maar sociale begrenzing heeft ook zo z’n waarde in onze maatschappij. Van beide kanten. Van de pubers die hun eigen fouten moeten maken, zonder dat ze zich via Facebook bij elke stap aan hun ouders hoeven te verantwoorden. En van de ouders, die nooit meer zouden slapen als ze wisten wat hun kroost uitvreet en welke taal ze daarbij bezigen. En je mag je ook best afvragen of je baas of collega exact moet weten hoe jij over de Zwarte Piet issue denkt en op welke partij jij stemt.

Ooit bewogen we ons in gescheiden cirkels: de familiecirkel, de vriendencirkel, de collega’s-cirkel, de naaiclub-cirkel en meer. Maar die cirkels zijn ernstig in elkaar aan het overlopen. En dat is bij vlagen zenuwslopend. En gezien de grote vlucht van jongeren van Facebook naar allerlei plekken waar hun ouders Niet zijn, ben ik niet de enige die dat gevoel heeft.

Dicht ermee

De komende jaren is de kans heel groot dat we ons best gaan doen om die cirkels weer een klein beetje dicht te metselen. De eerste bewegingen in die richting zijn al zichtbaar. Gelukkig weigert mijn moeder om een Facebook-account aan te maken. Ik hoop dat dat zo blijft.


13.578 keer gelezen Geschreven door