Ik heb al eens eerder benadrukt dat de zorg niet voorop loopt, als het gaat om het gebruik van digitale toepassingen. Een vraag voor mij is lange tijd geweest: waar komt dit vandaan, wat is de kip en wat is het digitale ei in de zorg? Wie is aanwijsbaar schuldig?

Schuldvraag

Als het op digitale achterstand aankomt, wordt een groot deel van de schuld snel bij de zorgmedewerker neergelegd. Deze is niet digitaal onderlegd, het primaire proces draait om zorg en mensen en men zou geen affiniteit hebben met het gebruik van digitale middelen. En daarmee zou men digitalisering van werkprocessen afremmen of initiatieven killen binnen zorginstellingen. Nu was dit argument wellicht 10-15 jaar geleden houdbaar, in mijn optiek is de houdbaarheid ervan in 2013 echt verlopen. Ik verwacht dan ook dat binnen twee jaar 90% van ons zorgpersoneel privé een smartphone bezit en een groter deel thuis de beschikking heeft over meerdere apparaten met een internetverbinding. Als Nederland de hoogste internetdichtheid van de wereld heeft (94%), dan maken zorgmedewerkers daar ook deel van uit.

Andere beroepsgroepen

TNTEr waren meer beroepsgroepen die in de basis totaal geen associatie met digitale toepassingen  hadden. Echter omdat hun werkgevers meegegaan zijn in digitalisering van werkprocessen, ingegeven door bijvoorbeeld procesoptimalisatie, kostenbesparing of concurrentiepositieverbetering, hadden zij geen keuze dan mee te groeien in deze nieuwe werkrealiteit. Voorbeelden? De TNT-pakketbezorger, die digitaal je handtekening registreert, en het autoschadebedrijf, dat op last van verzekeraars per minuut werkzaamheden registreert. Deze beroepsprofessionals hadden 10-15 jaar geleden niets met digitale middelen in hun werkproces te maken.

Geen noodzaak

Kán het er misschien aan liggen dat binnen de zorg de noodzaak er nooit zo was om bestaande processen te digitaliseren? Er was altijd geld vanuit de overheid, er was geen noodzaak tot concurrentievoordeel (er wás geen concurrentie) en verzekeraars hadden vrijwel geen vinger in de pap. Er werd goede zorg verleend aan de patiënt/cliënt en dat ging al jaren goed op een bepaalde manier. Er werd dus ook niet serieus geïnvesteerd in ICT-omgevingen. Softwarelicenties werden veelal vanuit een veilige keuze en zo goedkoop mogelijk aangeschaft (ik sprak eerder over de groepsaccounts vs. persoonlijke accounts in de zorg). En hierdoor raakten zorgmedewerkers ‘achterop’ met de rest van de beroepsbevolking. Want als je stilstaat, ga je eigenlijk achteruit.

Het is dan ook niet zo gek dat zorgmedewerkers in eerste instantie niet staan te springen om nieuwe digitale ontwikkelingen. Het ineens overslaan van 4 stappen en hen niet meenemen in een groeitraject, resulteert automatisch in onzekerheid. En daarmee hakken in het zand bij verandering. We kunnen hen niets verwijten, als ze nooit ‘opgevoed’ zijn met de middelen van de tijd.

Verantwoordelijkheid

De vraag rijst: in hoeverre ben je als werkgever verantwoordelijk voor het digitaal ‘opvoeden’ van je werknemers? En in hoeverre ligt er nu een taak bij zorginstellingen voor een inhaalslag, omdat je werknemers eerst een paar afslagen gemist hebben?

Ingegeven door de politiek verandert op dit moment het speelveld in de zorg. Er komt veel minder geld vrij vanuit de overheid dan men altijd gewend was. Geld is nodig voor het verlenen van de primaire zorg, dus in paniek gaan budgetten op slot en worden digitale ontwikkelingen gekilled. Terwijl juist deze toepassingen zorgen voor procesoptimalisatie, kostenbesparingen op lange termijn en ze een toegevoegde waarde leveren voor de patiënt/cliënt ten opzichte van de dienstverlening van je concurrent.

Het nog langer ‘klein houden’ van deze beroepsgroep kan zich over een aantal jaren wel eens onverwacht tegen ons gaan keren als het gaat om het nog kúnnen uitvoeren van zorg aan onze patiënt/cliënt, met de middelen die dan noodzakelijk zijn om bedrijfseconomische zorg te kunnen verlenen. Eens of niet? Ik hoor het graag.

 


9.070 keer gelezen Geschreven door