Vandaag is de Dodenherdenking en de vraag rijst; hoe houdt je onderwerpen als de Tweede Wereldoorlog interessant voor naoorlogse generaties? En dan specifiek voor jongeren? De middelen anno 2012 bieden  nieuwe mogelijkheden om geschiedenis  van het grijze, saaie imago te ontdoen en jongeren te benaderen op een manier die hen uitdaagt om na te denken. Wij lichten een aantal succesvolle projecten uit.

Nederland is online, vrijwel continu. En de jeugd loopt hierin voorop. Gadgets, sociale media en initiatieven als Wikipedia, de huidige jongeren (12-18) kunnen zich waarschijnlijk geen wereld meer voorstellen zonder deze mogelijkheden. Veel  mensen boven de twinting hebben daarentegen nooit een mobiel gehad toen ze klein waren en kennen internet via de telefoonlijn nog. De houding ten opzichte van internet en nieuwe media van de digitale jeugd wijkt af van die van de ‘oudere generatie’ doordat dit alles voor hen vanzelfsprekend is. Dit zorgt voor wrijving in alledaagse situaties zoals het gezamenlijke avondeten of het beeld in het openbaar vervoer, maar ook voor een turbulente ontwikkeling in het onderwijs.


Informatieverwerking in de tijd van het internet

De bibliotheek is allang niet meer de belangrijkste bron voor informatie bij huiswerkopdrachten. Naast populaire bronnen als Wikipedia zijn ook (wetenschappelijke) artikelen en boeken online beschikbaar. Jongeren tussen de 12-18 zoeken en verwerken hierdoor informatie heel anders dan oudere generaties. Is iets online niet te vinden?  Dan vragen ze het op Twitter of Facebook aan hun vrienden. Het is steeds minder belangrijk om dingen te onthouden. Alles kan worden opgezocht. Informatie wordt gescand op relevantie, gebruikt en weer vergeten.

Informatieve websites worden vaak niet meer dan één keer bezocht. Doordat ze zo vaak schakelen tussen verschillende bronnen wordt het voor hen gemakkelijker om snel verbindingen te leggen. Hier kunnen ze op latere leeftijd profijt van hebben omdat ze aanleren om snel informatie te verwerken. Echter zorgt het er ook voor dat zij zich minder goed kunnen concentreren op langere teksten of boeken omdat zij deze vaardigheid minder ontwikkelen. Blokken op lesstof is ook echt lastiger voor de huidige jongeren. Een veelgehoorde oplossing is gamification, het toevoegen van een spelelement.


Leren 2.0

Ondanks de bezuinigingen beschikken veel scholen over digitale schoolborden. Er wordt zelfs gesproken over het afschaffen van boeken en over ware ‘Steve Jobs-scholen’ waar kinderen leren met iPads en laptops. Een ogenschijnlijk techniekgedreven discussie want veel docenten weten zich helemaal geen raad met al die nieuwigheid. En de vraag is ook: leidt dit allemaal niet af van de belangrijkste missie van scholen; onderwijzen? Onderzoeksbureau YoungWorks kaart heel scherp aan dat het het belangrijkste is om kennis effectief over te brengen  zodat jongeren er later ook wat aan hebben.

Hierin is een belangrijke rol weggelegd voor de docent. Het kan allemaal wel erg leuk zijn om speels iets te leren, maar dat verhoogt niet per definitie het leerrendement. Het moet leuk zijn om daadwerkelijk iets te leren. Een onderwijzer is er niet om leerlingen te vermaken, maar om hen iets bij te brengen. Gadgets en games kunnen hier tools voor zijn, maar zijn ook niet meer dan dat. Populaire (en vaak doeltreffende) docenten kennen de jongerencultuur en kunnen de lesstof met actuele bronnen en middelen overbrengen.

Geschiedenis in een nieuw jasje

Met sommige vakken is het lastiger dan met andere. Geschiedenis is er hier één van. Naast het noodzakelijke stampen van informatie betreft het onderwerpen waar de meeste jongeren weinig binding meer mee hebben. Weinig jongeren kennen nog mensen die de oorlog kunnen navertellen, maar het wordt ook steeds lastiger om bepaalde situaties te herkennen. Hierdoor dreigt het voor veel jongeren een ver-van-hun-bed-show te worden. Hoe zorg je dat zij deze historie nog voelen? Dat zij de relevantie van tradities zoals de Dodenherdenking nog erkennen? Het is effectief gebleken om hen dingen zelf te laten zien, ervaren en onderzoeken.

Herkenbare context op basis van locatie

Soms is het eenvoudiger om te  leren door dingen te zien. Een manier om jongeren gebeurtenissen uit de tweede wereldoorlog te laten ‘ervaren’ is door bijvoorbeeld oorlogsmonumenten te bezoeken of de wandelroutes  zoals het Westerborkpad te lopen. Dit pad brengt de deportatieroute in beeld die veel slachtoffers uit de Tweede Wereldoorlog volgden naar concentratiekamp Westerbork. De wandeltochten, met etappes van ongeveer 10 kilometer, vertellen de aangrijpende verhalen van de mensen die nooit meer terugkeerden uit het vernietigingskamp. Maar er zijn ook scholen die Auschwitz bezoeken.

Anne’s Amsterdam

Ondanks het feit dat musea zich meestal bezighouden met geschiedenis gaan zij ook zeker mee met de tijd. Zo lanceerde het Anne Frank Huis in januari de mobiele applicatie ‘Anne’s Amsterdam’, waarmee op een interactieve manier in beeld wordt gebracht wat er in Amsterdam is gebeurd tijdens de Tweede Wereldoorlog. Op verschillende locaties in de stad, zoals waar Anne speelde, naar school ging en opgroeide,  kun je met de applicatie items verzamelen. Een indrukwekkende verweving van het heden en het verleden.

De geschiedenis ervaren

Jongerenzender BNN  ging een stapje verder en liet een groep jongeren de Tweede Wereldoorlog ervaren met het programma ‘De Slag Om Arnhem’. 12 jongeren volgden een militaire training om vervolgens als parachutist uit een helikopter te springen. Hun doel was om Nederland te bevrijden en te ervaren wat de, veelal jonge, soldaten in 1944 moesten doorstaan. Veel van deze soldaten overleefden dit destijds niet. Hoewel de deelnemers er op het eerste gezicht vrij luchtig instapten draaiden ze al snel bij door het strenge legerregime. En toen zij allemaal een afscheidsbrief moesten schrijven naar hun naasten leek het door te dringen welke offers de jonge soldaten gebracht hebben om Nederland vrij te krijgen. Aan het einde van de ervaring stonden er 12 jongeren die met een heel andere instelling naar huis gingen, dan waar ze mee aankwamen. Een vernieuwend concept en knap staaltje werk van BNN.

Onderzoeken hoe het was

Een ander voorbeeld van gamification is het ‘Koffertjesproject’ waarmee vorig jaar een spelelement in de geschiedenisles werd geïntroduceerd. Hierbij kregen basisschoolkinderen en middelbare scholieren uit de onderbouw een koffer met een verhaal van een kind uit 1944 met daarbij zoekopdrachten en aanwijzingen waarmee zij in het Airbornemuseum op onderzoek gingen.

In Amsterdam gingen jongeren dit jaar op zoek naar oorlogsverhalen in de buurt waar zij wonen. Aan de hand hiervan is een theatervoorstelling gemaakt die tijdens de festivals Theater Na de Dam wordt gespeeld. Vanavond na de Dodenherdenking en morgenavond na het Amsterdamse Bevrijdingsfestival is ‘Toen Het Nog Oorlog Was’ te zien in Volta.

Offline initiatieven

Toch is er nog ruimte voor offline initiatieven zoals blijkt uit het brievenproject ‘Niet van Gisteren’. Doel van dit project was om een brug te slaan tussen jongeren en ouderen van diverse afkomsten. 30 jongeren van diverse afkomsten wisselden brieven uit met 15 ouderen van Joodse afkomst om meer te weten te komen over elkaars cultuur, geschiedenis, leefsituatie en interesses. Zowel de jongeren als ouderen gaven hierna aan dat ze anders naar elkaar zijn gaan kijken. Een persoonlijk, geschreven woord maakt dan toch nog steeds indruk.

Hoe nu verder?

Wat betreft de Tweede Wereldoorlog hoeven we niet bang te zijn dat jongeren het niet belangrijk vinden. Het leeft nog wel degelijk. 80% geeft zelfs aan te vinden dat er nog niet voldoende aandacht aan wordt gegeven in het onderwijs. Naast een uitdaging voor docenten is hier ook zeker een belangrijke rol voor ouders is weggelegd. Ook zij hebben een verplichting om hun kroost van enige algemene kennis te voorzien.

Hoewel de digitale generatie informatie wellicht vluchtiger verwerkt, biedt hun vermogen om informatie snel te scannen ook een interessant perspectief. Wanneer zij  leren om online informatie goed op waarde te schatten kunnen zij namelijk veel sneller leren dan hun ouders gedaan hebben. Het is de taak van ouders en docenten om bij te blijven met technische ontwikkelingen en bijbehorende veranderingen in de jongerencultuur. Zij moeten jongeren daarbij begeleiden bij de informatieovervloed en hen leren om informatie te interpreteren en in context te plaatsen. Het toevoegen van een spelelement of het inzetten van allerlei technische snufjes is hierbij leuk, maar niet meer dan een middel.


2.856 keer gelezen Geschreven door